E-Learning

Ga aan de slag. Succes !


Na-isolatie van vloeren

Na-isolatie van begane grondvloeren.

 

Inleiding Isoleren met folie
Isoleren met minerale wol Wat je nog meer moet weten
Isoleren met PUR

 

Inleiding

Veel warmte kan verloren gaan via de vloer. Je kunt dit oplossen door de begane grondvloer na te isoleren. Dat kan met reflecterende folie, door de bodem te isoleren of met isolatieplaten. 
 
Door het isoleren van de vloer vergroot je het comfort in huis en verlaag je het energieverbruik. Je krijgt informatie over de kwaliteitseisen, materiaal, gereedschap en materieel dat je kunt gebruiken, vloeropbouw, voorkomen van vochtproblemen en in welke stappen je de werkzaamheden het beste kunt uitvoeren.

Als je met platen gaat isoleren het volgende:

Waarom isoleren?

In Nederland zijn nog veel woningen niet of slecht geïsoleerd. Kijk maar even naar het plaatje hieronder.  

Woningen die voor 1996 gebouwd zijn zijn matig, slecht of niet geïsoleerd. Hoe dikker de isolatie, des te groter de Rc-waarde. Dat is de warmteweerstand die aangeeft hoe goed een constructie is geïsoleerd. Aangezien de meeste woningen in Nederland voor 1996 gebouwd zijn, betekent het dat er nog veel werk is om Nederland te verduurzamen.

isoleren

Materialen

Er zijn verschillende soorten isolatieisolatieplaten die je kunt toepassen voor de isolatie aan de onderzijde van de begane grondvloeren. De werking van platen berust op het verhinderen van warmteoverdracht door geleiding. Tevens speelt straling een rol indien de platen worden uitgevoerd met een reflectieve laag.
Isolatieplaat met reflecterende cachering– een isolatieplaat met een kern van minerale wol of kunststofschuim en aan één of twee zijden voorzien van een laag met lage emissiviteit
Minerale wol platen
PUR-platen/PIR
EPS-platen/XPS
 
Er zijn verschillende soorten isolatie materialen (isolatieplaten) die toegepast kunnen worden voor de isolatie van de begane grondvloeren aan de bovenzijde. 
PUR-platen/PIR/Resol
EPS-platen/XPS

Minerale wol onder een houten vloer aanbrengen

Verwerkingstips:
  
De kruipruimte is een krappe ruimte. Door je gereedschappen in een bak te doen, heb je al je gereedschap bij de hand. Zorg ook voor een kussentje ter ondersteuning van je nek.
Controleer de houten vloer en de vloerbalken op houtrot. Vervang eerst de slechte delen. Breng vervolgens een laag triplex aan op of onder de vloer voor een goede kierdichting. Kit of PUR de plaatnaden en de aansluitingen met de muren. Zorg voor de juiste PBM's. Minerale wol kan je huid, ogen en longen flink irriteren.

Met spijkers

v11v12

Stap 1           Bron Isover                                              Stap 2                Bron Isover

Stap 1
Sla in de zijkanten van de balken om de 40 cm spijkers van minimaal 10 cm lang. Begin bij de buitenste nagels op een afstand van 20 cm uit de muur. Houd de afstand tussen de houten vloer en de spijkers gelijk aan de dikte van de Isolatieplaat.

Stap 2
Meet de afstand tussen de vloerbalken en snij de isolatieplaten vooraf op maat met een kleine overmaat van 1 cm. Klem de isolatieplaat, met de glasvlieszijde naar onderen, tussen de vloerbalken direct tegen de vloerdelen aan. De plaat blijft rusten op de spijkers.

Met latten

v13v14

Stap 1           Bron Isover                                              Stap 2                Bron Isover

Stap 1: Markeer op de houten balk een afstand vanaf de houten vloerdelen ter dikte van de isolatie. Schroef een houten lat op de balk met de bovenkant tegen de markeerstreep aan.
Stap 2: Meet de afstand tussen de vloerbalken en snij de isolatieplaten vooraf op maat met een kleine overmaat van 1 cm. Klem de isolatieplaat, met de glasvlieszijde naar onderen, tussen de vloerbalken direct tegen de vloerdelen aan. De plaat blijft rusten op de spijkers.

Of zo:
v15V16
Bron Isover     Stap 1                                                              Stap 2

Stap 1
Sla in de zijkanten van de balken om de 40 cm spijkers van minimaal 10 cm lang. Begin bij de buitenste nagels op een afstand van 20 cm uit de muur. Houd de afstand tussen de houten vloer en de spijkers gelijk aan de dikte van de Isolatieplaat.

Stap 2
Meet de afstand tussen de vloerbalken en snij de isolatieplaten vooraf op maat met een kleine overmaat van 1 cm. Klem de isolatieplaat, met de glasvlieszijde naar onderen, tussen de vloerbalken direct tegen de vloerdelen aan. De plaat blijft rusten op de spijkers.

Isolatieplaten op de vloer aanbrengen

Bij begane grondvloeren zonder kruipruimte is het mogelijk te isoleren door de vloer aan de bovenzijde van een isolatielaag te voorzien. De vloer wordt verhoogd met 5 tot 8 cm, waardoor de kamer hoogte verliest en deuren moeten worden ingekort. Geschikt materiaal hiervoor zijn harde druk vaste isolatieplaten. Als gevolg van de beperkte isolatiedikte is de mogelijke verhoging van de warmteweerstand beperkt in vergelijking met de mogelijkheden bij het isoleren van de onderzijde van de vloer. Voordeel is dat de vloerisolatie eventueel in combinatie met de aanleg van vloerverwarming kan worden uitgevoerd. Wanneer je een kruipruimte loze vloer hebt (vloer op het zand) dan is dit een methode die vaak gebruikt wordt. Nadeel is wel dat alle meubels uit de woning moeten en je aanpassingen moet doen aan de deuren, kozijnen, trappen keukens en sanitair.

V17

Bron Kingspan

Verwerkingsinstructie:

Breng PE-folie aan op de ondergrond.    
Plaats de isolatieplaten in halfsteensverband met gesloten naden. 
Vul de naden op met elastisch PUR-schuim. 
Breng een kantstrook aan.
Breng PE-folie aan op de isolatie ter voorkoming van vocht uit de afwerkvloer.
Breng de dekvloer aan.

 

Na-isolatie begane grondvloeren met gespoten PUR

Het spuiten van PUR onder de begane grondvloer  vereist de nodige vaardigheden en kennis.

PUR

De werking van gespoten PUR-isolatie berust op het verhinderen van warmteoverdracht door geleiding. Tevens zorgt gespoten PUR-isolatie voor een verbetering van de luchtdichtheid van de begane grondvloer. Gespoten PUR bestaat uit twee componenten die tijdens de verwerking bij elkaar gevoegd worden.
hars component
harder component 

De uitvoering bestaat uit drie hoofdelementen:

Aanbrengen bodemfolie (eventueel)
Ventilatie borgen 
Aanbrengen gespoten PUR-isolatie

Aanbrengen van bodemfolie

Het werken onder de vloer is vaak lastig en vies. Door het neerleggen van een folie op de bodem maak je het werk in de kruipruimte makkelijker tegelijkertijd verminder het probleem van een hoge relatieve vochtigheid. Folie gaat drijven als er tijdelijk water in de kruipruimte staat en behoudt zo zijn werking. De banen folie moeten onderling worden afgeplakt en opgezet tegen de funderingsbalk. Daarbij moet de folie wat extra lengte hebben om te voorkomen dat deze bij betreding van de kruipruimte strak komt te staan en gaat scheuren. In Rotterdam is het verplicht, daarom wordt het ook wel de ‘Rotterdamse methode’ genoemd.
 
Er zijn nog twee andere soorten bodemafsluitingen die ook geschikt zijn bij renovatie:
Schelpen: deze bodemafsluiting is tegelijk energiebesparend. De schelpen moeten tot ruim boven de hoogste grondwaterstand worden aangebracht. Dit voorkomt dat de kruipruimte gaat stinken.
Met polystyreen gevulde zakken: deze bodemafsluiting is tegelijk energiebesparend.

v18
Ventilatie kruipruimte

Het is belangrijk een kruipruimte te ventileren:
om vochtige lucht en radongas vanuit de bodem af te voeren;
om schimmelvorming te voorkomen;
om stankoverlast vanuit kruipruimte te voorkomen (let op luchtdichting begane grondvloer!);
om condensatie tegen onderzijde vloer/opgaande wanden te voorkomen;
om houtrot bij houten vloeren te voorkomen;

NPR3378-6 bepaalt dat een gasleiding in een kruipruimte met waterdichte bodemafsluiting is toegelaten mits de ruimte blijvend droog is en wordt geventileerd met behulp van ventilatieopeningen, aangebracht in tegenover elkaar liggende buitenmuren.
Ventilatieopeningen moeten zodanig worden gedetailleerd dat deze te allen tijde goed kunnen functioneren, terwijl bovendien het binnendringen van regen, stuifsneeuw, vogels en kleine dieren wordt voorkomen.

Voorbereidingen

Het schuim hecht zich aan de ondergrond en volgt alle oneffenheden in de ondergrond. Deze eigenschappen zorgen ervoor dat er geen valse spouwen kunnen ontstaan en je hebt weinig afval omdat je geen platen op maat moet snijden. Toch moet je met een aantal zaken rekening houden.
 
Ondergrond
Beoordeel of de de vloer voldoende veilig is.
 
Steenachtige vloeren
Controleer bij steenachtige vloeren of er betonschade is zoals blootliggend wapeningsstaal en betonrot. In dat geval moet de betonschade eerst worden hersteld. 

Houten vloeren
Je mag houten vloeren alleen isoleren als het vochtgehalte van het hout <20 massa %. Dit moet worden gemeten met een houtvochtigheidsmeter. Als het hout een grotere vochtgehalte bezit dan 20 massa %, dan moet je de opdrachtgever adviseren om voor het isoleren aanvullende maatregelen te nemen om de het vochtgehalte te verlagen. Bij optrekkend vocht in de funderingen tot aan de balkopleggingen moeten eveneens aanvullende maatregelen worden getroffen om dit tegen te gaan. Ook moet je de houten vloeren inspecteren op de aanwezigheid van schimmels, huiszwam e.d.. Worden deze aangetroffen? Dan moeten je ze grondig verwijderen. Beoordeel in die gevallen of de houten balken nog voldoende draagkrachtig zijn of dat ze (geheel of gedeeltelijk) moeten worden vervangen en moet je, in geval er sprake was van huiszwam, een bestrijdingsmiddel toepassen. Ter voorkoming van condensatie in de balken moeten je deze in zijn geheel dekkend meespuiten. Pas als deze maatregelen zijn genomen, kun je pas beginnen met isoleren.

De vloer-, muur- en bodemdoorbrekingen
Leidingdoorvoeren zijn doorgaans ruim bemeten. Zij vragen dan ook bijzondere aandacht. Vooral leidingwerk in meterkasten en onder keukenkastjes is berucht om zijn ruime doorvoermogelijkheid. In veel gevallen zal het noodzakelijk zijn om (extra) voorzieningen te treffen om de doorvoeropeningen af te dichten om te voorkomen dat anders een te grote hoeveelheid materiaal ongecontroleerd in de bovenliggende ruimte komt.

Sprayen van PUR

Algemeen
In de werkopdracht voor het isoleren van de vloer moet je de volgende gegevens opnemen:
• de dikte van de aan te brengen isolatielaag;
• de toegestane tolerantie;
• de minimale te realiseren dikte;
• of, en zo ja tot hoe ver, de funderingsmuren worden meegeïsoleerd;
• of de vloerranden ter plaatse van het kruipluik moeten worden meegeïsoleerd.
N.B. Deze gegevens moeten ook bij de opdrachtbevestiging aan de opdrachtgever worden kenbaar gemaakt.

v19

Proefschuimen

Voordat je met het feitelijke isolatiewerk begint, moet je door middel van proefschuimen nagaan of het schuim aan de daaraan te stellen eisen voldoet. Doe dit buiten de kruipruimte op een beschutte plaats onder omstandigheden die zoveel mogelijk overeenkomen met die in de kruipruimte (dus bijvoorbeeld niet in de felle zon). Spray het schuim bijvoorbeeld in een plastic zak en snij dit proefschuimmonster door om de schuimkarakteristiek te bepalen.
 
Het aanbrengen van het schuim
Voordat je met de spraywerkzaamheden begint, moet er zeker van zijn dat de ondergrond 'winddroog' is. Ondergronden die zichtbaar nat zijn, mag je niet isoleren. Door het geforceerd inblazen van warme lucht droog je het oppervlak van de constructie. De temperatuurverhoging van de constructie en de omgevingstemperatuur in de kruipruimte dragen dan bij aan een optimale schuimkwaliteit. Als een systeem geschikt is om op vochtige ondergronden te worden aangebracht, dan dient dit nadrukkelijk in het attest van het betreffende systeem te zijn vermeld.
 
Breng het schuim in lagen van maximaal 40 mm aan tenzij de fabrikant een andere laagdikte voorschrijft. Bij een meerlaagse toepassing mag je een volgende laag pas aanbrengen als de oppervlakte van de voorafgaande laag afgekoeld is tot de door de systeemhouder opgegeven temperatuur. Het sprayen moet je uitvoeren in gelijkmatige bewegingen, waarbij je de spraykop zo haaks mogelijk op de te isoleren ondergrond houdt. In ieder geval mag je de spraykop niet zo scheef houden dat het uittredende schuim de reactie al heeft ingezet, voordat het de ondergrond heeft bereikt (te herkennen aan een korrelige structuur van het schuim). Bijzondere aandacht moet worden geschonken aan 'gewelfde' vloeren, waarbij het gevaar bestaat van 'schaduwwerking'. Ook om die reden moet je altijd zo haaks mogelijk op de ondergrond te werk gaan. Door de vloer stekende leidingen moet je zorgvuldig rondom worden sprayen om ook hier het risico van 'schaduwwerking' te voorkomen. Om onthechting door te grote reactiespanningen in het schuim te voorkomen mogen bij vlakke vloeren de aangebrachte banen niet breder zijn dan circa 700 mm.

Veilig werken met PUR

Voordat je begint 

PUR
schuim bestaat uit twee componenten: Polyol en Disocyanaat.
Dit zijn chemische stoffen die veiligheidsrisico’s met zich meebrengen.  

Het spuiten van PUR is alleen veilig als je voordat je begint:
• het veiligheidsinformatieblad leest;
• het advies op het etiket & het veiligheidsinformatieblad opvolgt;
• eventuele vragen met de leverancier bespreekt.

Volgelaatsmasker voor een sprayer 

Maak bij de verwerking van PUR-schuim gebruik van:
• ademhalingsbescherming;
• huidbescherming;
• gehoorbescherming.

n10

Gebruik een volgelaatsmasker:
• met nominale beschermingsfactor (NPF) 40;
• met externe ademlucht;
• dat goed onderhouden is;
• zoals vermeld in de begeleidende nota: adembescherming;
• zoals vermeld in de werkinstructiekaart (WIK) Bewerken en spuiten van PUR isolatieschuim.

Ademhalingsbescherming voor een sprayer  

Gebruik als sprayer de ademhalingsbescherming als volgt:
• in combinatie met een olievrij compressor, met olie- en vochtfilter;
• met een powered air hood;
• met een luchttoevoer van 5 -8 bar via filter EN 529 op de heup;
• met elke 2 dagen een nieuw filter (zie instructies leverancier);
• alleen met filters die luchtdicht bewaard zijn;
• zoals vermeld in de begeleidende nota 'Adembescherming';
• zoals vermeld in de werkinstructiekaart (WIK) 'Bewerken en spuiten van PUR isolatieschuim'.

n11

Ademhalingsbescherming helper 
n12

Bij > 15 min. per dag: 

Gebruik als helper de ademhalingsbescherming op dezelfde wijze als de sprayer. 

Bij < 15 min. per dag: 

Gebruik als helper een halfgelaatsmasker met veiligheidsbril of volgelaatsmasker met afhankelijke adembescherming met filter AP3.  

Aandachtspunten: 
• Berg filters luchtdicht op.
• Vervang filters wekelijk volgens leveranciersvoorschriften.
• Vervang filters bij geurwaarneming.
• Je mag geen baardgroei hebben.
• Gebruik het masker volgens de begeleidende nota: Adembescherming.
• Gebruik het masker volgens de werkinstructiekaart (WIK) Bewerken en spuiten van PUR isolatieschuim.

Veiligheidsmaatregelen omstanders bij spraywerkzaamheden 

Ook voor omstanders moet je veiligheidsmaatregelen nemen.

Zorg voor een “verbod onbeschermde toegang”:

Gebruik pictogram N209

n13
Vrijgave gebouw bij spraywerkzaamheden 

• Bij natuurlijke ventilatie mogen derden na 2 uur het gebouw weer betreden zonder adembescherming.
• Verwijder het verbodsbord en de signalering om aan te geven dat men weer naar binnen mag. 

Bij compartimentering, bij gebruik van geforceerde afzuiging mogen derden na 12 uur de gecompartimenteerde ruimte weer betreden zonder adembescherming;  Bij compartimentering zonder geforceerde ventilatie is dit na 24 uur.

Huidbescherming voor een sprayer 

Draag chemicaliën bestendige handschoenen bij verwerking van PUR-schuim.

Let op! 
• Draag alleen onbeschadigde handschoenen.
• Draag chemicaliën bestendige handschoenen volgens EN374. 
• Draag bij langdurig contact handschoenen met beschermingsklasse 6, >480 min. volgens EN 374).
• Vervang de handschoenen na gebruik.

Wegwerpoverall voor sprayers 

Let bij het gebruik van de werkoverall op de volgende punten:
• Draag als werkkleding een Tyvekchemicaliën bestendige overall (Categorie III, Type 4, 5 & 6, volgens EN 340/EN13034).
• Draag alleen onbeschadigde schone kleding.
• Sla de vieze wegwerpoveral separaat op van schone kleding.

Veiligheidsschoenen voor sprayers 

Neem voor je veiligheidsschoenen de volgende punten in acht:
• Draag veiligheidsschoenen met minimaal veiligheidsniveau S3, volgens EN ISO 20346.
• Draag alleen onbeschadigde schoenen.
• Sla de vieze schoenen separaat op van schone schoenen.

Risicoanalyse 

Voer voor de verwerking van PUR schuim een risicoanalyse uit!

Last Minuut Risico Analyse
- is mijn opdracht duidelijk
- heb ik de juiste middelen
- draag ik de juiste PBM's
- is de werklocatie bekend en veilig of afgeschermd

n14

Veilige opslag van PUR-schuim 

In PUR zit de grondstof Methyleendifenyldi-isocyanaat (MDI).

Voorkom dat MDI gaat reageren met water. Sla vaten droog op.

n15

Bij een reactie van MDI en water komt warmte vrij waardoor materiaal uitzet. Dit heeft de volgende risico’s tot gevolg:
• gevaarlijke drukopbouw → ontploffingsgevaar;
• brandwonden. 

Eisen aan opslag van Methyleendifenyldi-isocyanaat: 
• bewaartemperatuur tussen 5 en 25 °C;
• de ruimte moet voorzien zijn van ventilatiemogelijkheden;
• de ruimte moet droog zijn;
• sla op volgens veiligheidsinformatieblad -rubriek 7.

Wat moet je doen met afval van PUR-schuim? 

n16

Als je afval van PUR-schuim hebt:
• handel je MDI af als gevaarlijk afval;
• handel je volgens wetgeving & veiligheidsinformatieblad -rubriek 13. 

Veilig transport van PUR schuim

Aan het transport van PUR schuim zijn veiligheidsregels verbonden.  

Transporteer PUR conform veiligheidsinformatieblad -rubriek 14.

Brandgevaar 

Niet alleen contact met materiaal kan gevaarlijk zijn. Voorkom brandgevaar door PUR op de juiste wijze toe te passen.
• Gebruik een spuit waarbij je de kraan open of dicht kan draaien om de hoeveelheid PUR te doseren en te stoppen.
• Houd de voorgeschreven laagdiktes aan.
• Houd de droogtijden aan van de leverancier voor je een volgende laag aanbrengt.

Als de lagen te dik zijn kan er een chemische reactie ontstaan. Het materiaal reageert met de vluchtige stoffen waardoor het te heet wordt en kan gaan branden.

Welke gevaarlijke situaties tijdens de verwerking van PUR 

Blootstelling aan Methyleendifenyldi-isocyanaat (MDI) veroorzaakt bij inademing:
• irritatie aan mond, keel en longen;
• moeilijk ademen;
• beklemmend gevoel op de borst en hoesten. 

Blootstelling aan de huid veroorzaakt:
• jeuk, rode huid (meteen of later);
• warme huid en branderig gevoel. 

Blootstelling aan de ogen veroorzaakt:
• tranende ogen;
• roodheid, pijn;
• een blauwe waas voor de ogen door de amines in het Methyleendifenyldi-isocyanaat. 

Ga bij blootstelling altijd meteen naar de dichtstbijzijnde medische hulpdienst en neem het veiligheidsblad mee.

Veilig gedrag bij verwerking PUR-schuim 

Niet eten, drinken of roken in nabijheid van chemicaliën. 
Gebruik geen warmtebron op schuim. 
Sla vaten met materiaal droog op.

Aanbrengen Multifoil

Zoals eerder gezegd zijn er veel typen Multifoil. Ieder met hun eigen verwerkingsvoorschriften. Wij nemen hier de verwerkingsvoorschriften van Superquilt:

Snij of knip de banen boven de grond ruim op lengte .
Monteer de Multifoil haaks op de vloerbalken en bevestig het tegen de muren met een knellat en/of Foiltape. De Multifoil kan rechtstreeks onder de vloerbalken aan de onderzijde van de begane grondvloer worden aangebracht met 14 mm rvs nietjes. Hart op hart afstand van de nietjes is 100 mm.
Belangrijk! Er moet een minimale luchtspouw van 50 mm boven de SuperQuilt worden gerealiseerd voor een optimale werking.
   
Breng de onderlinge naden aan met minimaal 100 mm overlap en plak ze niet dicht. Op deze wijze blijft water wat boven de begane grond wordt gemorst en door de vloer dringt niet op de SuperQuilt staan en loopt het weg naar de kruipruimte. Sparingen voor rioleringen of andere doorvoeringen moeten rondom goed worden dicht getaped met Foiltape zodat er geen koudebrug ontstaat.
 
Bekijk de details.

Voor een houten vloer

V20

Voor een balkenbroodjesvloer

V21

Voor een zwevende vloer

V22

De folie kan je ook van bovenaf aanbrengen. Meubels, vloerbedekking en vloerdelen moet je dan wel kunnen verwijderen.

v23

Bron YBS

Verwerken dunne reflecterende (bobbeltjes) folie 
 
Het aanbrengen van de folie is relatief eenvoudig. Je hebt er geen speciale gereedschappen voor nodig. Neem in ieder geval de volgende gereedschappen mee:
een goede tacker;
een scherp mes of schaar;
een boormachine die geschikt is voor het werken in een kruipruimte.
 
Zorg ook voor een goede lichtbron zodat je kunt zien wat je doet. Ook deze lichtbron moet geschikt zijn voor het gebruik in een besloten ruimte. verderop gaan we hier verder op in. 

 

Verwerken reflecterende folies en thermokussens

Onder de vloer worden met de folie een of drie luchtlagen opgesloten van minimaal 15 cm dik.
Voorzie de uiteinden van dubbelzijdige tape om de luchtkussens af te sluiten. 
Bevestig het bij voorkeur mechanisch. 
Versterk op de plaats waar je het kussen voor bevestiging doorboort met een plug of nietje, de folie met een soort zelfklevende pleister.
De kussens zijn verkrijgbaar in een groot aantal verschillende breedten en twee uitvoeringen. Heb je geen zin om te boren dan is er ook een betrouwbare plakmethode. Bij houten vloeren worden de kussens meestal tussen de balken aangebracht. Dat is praktisch omdat de meeste leidingen aan de onderkant van de balken zijn bevestigd. Bovendien verliest men dan geen hoogte in de kruipruimte. Voor het kunnen creëren van de luchtkamers dient het aan te brengen isolatiefolie 40 cm breder te zijn dan de ruimte tussen de balken. Er is ook een speciale folie om ook de leidingen die door de kruipruimte  te isoleren.

Aanbrengen thermokussens onder een betonnen vloer.

Aanbrengen thermokussen onder een houten vloer. 

Waarom kan een dun laagje folie zo goed isoleren?

Warmte kan dus op drie manieren worden overgedragen:
straling 
stroming  
geleiding            
 
Reflecterende folie of kussens van meerdere lagen reflecterendefolie isoleren op een andere manier dan andere vloerisolaties zoals wol, PUR-schuim en EPS (polystyreen) die de warmte permanent naar onderen uitstralen. Kussens van reflecterende folies blokkeren deze uitstraling. De enige manier waarop de warmte door de kussens heen kan dringen, is via geleiding door de lucht. Omdat de warmte van boven komt, ontstaat in de kussens een thermische gelaagdheid zoals in een boiler, bovenin is het warm en naar onder toe wordt het langzaam kouder. De warmte wordt daardoor maar moeilijk overgebracht op de onderkant van de folies. Die onderkant op zijn beurt draagt de warmte maar heel moeilijk over op de luchtlaag onder de kussens. Omdat de kussens zijn afgesloten kan kruipruimteventilatie de thermische gelaagdheid in de kussens niet verstoren. Wanneer ’s avonds de thermostaat wordt teruggedraaid, komt de warmte uit de kussen weer terug in de vloer. De vloer straalt dus warmte uit. Het glimmende folie kaatst een deel van deze warmte terug naar de vloer. Straling is een vorm van licht de warmte wordt terug gespiegeld. Glimmende materialen hebben nog een voordeel. Ze laten warmte heel moeilijk los. Dit begrip noemen we emmissiviteit. Een glimmend materiaal laat moeilijker zijn warmte los. Deze twee principes samen vormen de basis van de werking van een reflecterende folie.

Wat moet je nog meer weten?

Je kan pas een goede monteur zijn als je ook wat weet van 

Veiligheid
Communicatie
Slim werken
Warmte(verlies) 
Condensatie
Isolatie
Geluid(sisolatie)
Koudebruggen
Luchtdicht bouwen
De belasting van bouwonderdelen

 

 

%MCEPASTEBIN%

Duurzaam bouwen