Een korte geschiedenis van DMBO

De projectgroep DMBO werd in november 2004 opgericht en bestond uit een adviesgroep en een dagelijkse projectleiding met ondersteuning. Het Wellantcollege was penvoerder en beheerde de financiële middelen. De dagelijkse projectleiding bestond uit Rob de Vrind en Co van den Boogert.

Het doel van de projectgroep was om duurzame ontwikkeling te bevorderen via de instituten in het BVE-veld in hun opleidingen, bedrijfsvoering en/of huisvesting. Wat betreft de opleidingen zou dit beroepsuitoefenaars moeten opleveren die
-  weten wat duurzame ontwikkeling inhoudt
-  de relatie kennen tussen duurzame ontwikkeling en het eigen vakgebied
-  voorbereid zijn om met andere vakdisciplines in latere beroepssituaties samen te werken aan duurzaamheidsvraagstukken.

 

Duurzaam MBO wilde haar doel bereiken door:

  • draagvlak te creëren voor duurzame ontwikkeling in het beroepsonderwijs bij diverse partijen
  • een referentiedocument duurzame ontwikkeling op te stellen i.s.m. de BVE-raad en het COLO zodat het onderwijs invulling kan geven aan de duurzaamheidaspecten binnen de competentieprofielen
  • de communicatie over het onderwerp en het proces te verzorgen richting betrokken partijen door e-mailberichten, een website en mogelijk een bulletin.
  • landelijke bijeenkomsten te organiseren over het onderwerp, het proces en good-practices in het BVE-veld
  • te (laten) produceren die de relatie beschrijven tussen de verschillende vakgebieden en duurzame ontwikkeling
  • didactische concepten te ontwikkelen die ingezet kunnen worden in het BVE-veld.
  • een aanspreek- en coördinatiepunt te zijn voor de landelijke ontwikkelingen op het gebied van duurzame ontwikkeling en voor het leggen van verbanden met andere sectoren uit de samenleving.
  • samen te werken met DHO (de Stichting Duurzaam Hoger Onderwijs).
  • een intermediair te zijn tussen ontwikkelingen in het WO en HBO richting het BVE-veld.
  • financiële middelen zien te verwerven om de doelstellingen waar te maken
  • te bekijken of audit- en certificeringinstrumenten ingezet kunnen worden om het effect te vergroten vergelijkbaar met het keurmerk Duurzaam HBO en het onderliggende handvest. Dit keurmerk zal dan worden toegekend aan instellingen of opleidingen die zich onderscheiden op het gebied van duurzame ontwikkeling.
  • aansluitend op de decade for sustainable education initiatieven te ontwikkelen om vanaf 2005 tien jaar lang aandacht voor duurzame ontwikkeling in het onderwijs tot stand te brengen.

De projectgroep onderscheidt partijen op macro-, meso- en microniveau.

  • Op macroniveau: de ministeries en de advies- en werkgroep duurzame ontwikkeling in de gehele onderwijskolom, UNESCO e.d.
  • Op mesoniveau: de BVE-raad, de AOC-raad, de Kenniscentra, de BTG's, het IIT, COLO, CINOP, de consortia en adviesgevende instanties (SLO, SME, DHV, APS, Novioconsult etc). 
  • Op microniveau: de CvB's, docenten, studenten.

Daarnaast is aandacht nodig voor duurzame ontwikkeling

  • -  in de algemene lessen (MCV / PMV)
  • -  in de vakspecifieke lessen
  • -  in de bedrijfsvoering van de instituten.

Macro-niveau

De toenmalige staatssecretaris Van Geel stuurde de BVE-raad een brief met het verzoek aan te geven hoe duurzame ontwikkeling plaats gaat krijgen in het MBO-onderwijs. De ministeries hebben financiële middelen ter beschikking gesteld om DMBO mogelijk te maken via LVDO (Leren voor duurzame ontwikkeling). Antoine Heideveld is aangewezen als pijlercoördinator.

DMBO is vertegenwoordigd in de werkgroep duurzame ontwikkeling in de onderwijskolom en in de adviesgroep zit de BVE-raad.

Meso-niveau

Uit gesprekken met de BVE-raad is het voorstel gekomen dat we een breed veld van Colleges van Besturen zover moeten zien te krijgen dat men DMBO ondersteunt. Vervolgens kan de BVE-raad DMBO ondersteunen als een platform. De raad kan faciliteren en ondersteuning geven. De CvB's ondersteunen het initiatief met een financiële bijdrage.

In Brabant hebben de meeste instituten al een position paper getekend waarin men het belang van duurzame ontwikkeling in het MBO-veld onderschrijft en er samen met het HBO de schouders onder gaat zetten. Ook in Zeeland en Noord-Holland zijn samenwerkingsverbanden opgezet.

Bij de implementatie van duurzame ontwikkeling is ook het IIT een partij. Zij zijn verantwoordelijk voor het integrale instituutstoezicht. Ze zouden additioneel kunnen bekijken hoe duurzaam het instituut bezig is.

Richting het COLO hebben we oorspronkelijk getracht competenties die een relatie hebben met duurzame ontwikkeling rechtstreeks in de kwalificatieprofielen te krijgen. Zo eenvoudig bleek dat niet te zijn en men deed het voorstel dat we een referentiedocument konden opstellen dat bij ratificering door alle kenniscentra gebruikt moet worden bij de kwalificatieprofielen.

De initiatiefnemers hebben referentiedocument opgesteld en hoopten daarmee tot stand te brengen dat duurzame ontwikkeling wordt ingebed in alle sectoren van het middelbaar beroepsonderwijs en te borgen dat het onderwerp geëxamineerd wordt.

Het referentiedocument is destijds beoordeeld door een grote groep belanghebbenden (o.a. COLO), die aanvulling hebben gegeven, zodat het als volwaardig document kon worden ingezet bij het bereiken van het doel. Intussen is aan alle kenniscentra gevraagd om duurzame ontwikkeling in de kwalificatieprofielen op te nemen.

Micro-niveau

Verschillende instituten zijn sindsdien aan de slag gegaan met duurzame ontwikkeling. Toch is het zaak het veld nog beter te informeren en te motiveren de schouders te zetten onder duurzame ontwikkeling. Het dient een brede beweging te worden. DMBO is CvB's blijven benaderen om uiteindelijk te komen tot een platform dat door de BVE-raad ondersteund wordt. Daarnaast moeten initiatieven op dit gebied natuurlijk gedragen worden door de CvB's die mogelijk top-down het nodige tot stand kunnen brengen (c.q. kunnen faciliteren).

De CvB's in Brabant hebben destijds het eerst het position paper ondertekend. Gehoopt werd landelijk iets vergelijkbaars op te zetten. Hiervoor is in 2005 een eerste grote werkconferentie georganiseerd.

DMBO is sindsdien aan de slag gebleven met duurzame ontwikkeling in het algemeen, in de instituten en in de sectoren.

In eerste instantie werden hiervoor twee typen werkgroepen bedacht, namelijk de Aldo- en de Sedo- werkgroepen. Aldo staat voor Algemene duurzame ontwikkeling en Sedo voor sectorale duurzame ontwikkeling.

De werkgroep algemene duurzame ontwikkeling (ALDO)

De ALDO werkgroep gaat zich buigen over hoe duurzame ontwikkeling te implementeren in maatschappelijk culturele vorming of persoonlijk maatschappelijke vorming met de daarbij benodigde visievorming, analyse van onderwijsconcepten, voorbeeldprojecten e.d.

Zij zal een klankbordgroep zijn m.b.t. het referentiedocument en zal zich in gaan zetten om te komen tot duurzame bedrijfsvoering bij de instituten al dan niet met audit- en certificeringinstrumenten. Tevens organiseren zij mede in het voorjaar van 2005 de brede werkconferentie voor het MBO-veld.

Daarnaast verzorgen zij daarin de workshop duurzame ontwikkeling in het algemeen.

De werkgroepen sectorale duurzame ontwikkeling (Sedo)

In het mbo bestaan 18 sectoren. Omdat 18 te veel is, willen we in eerste instantie onderscheiden de sectoren techniek, groen, welzijn en handel/economie. Hieronder is een overzicht gemaakt van de toedeling van sectoren bij de vier genoemde koepelsectoren.

 sector Ingedeeld bij
  • metaal, installatie- en elektrotechniek (Kenteq)
  • bouw (Bouwradius)
  • economie administratie ICT en veiligheid (Ecabo)
  • voedsel en leefomgeving (Aequor)
  • mobiliteit (Innovam)
  • grafimedia (GOC)
  • handel (KC-Handel)
  • textiel en confectie (LIFT)
  • horeca toerisme voeding (HTV)
  • afbouw, onderhoud, presentatie communicatie (Savantis)
  • gezondheidszorg, dienstverlening, welzijn, sport (OVDB)
  • hout & meubel (SH&M) 
  • transport en logistiek (VTL)
  • food (SVO)
  • procesindustrie (VAPRO)
  • carroseriebedrijf (VOC)
  • infrastuctuur (SBW)
  • Techniek
  • Techniek
  • Handel / economie
  • Groen
  • Handel / economie
  • Techniek
  • Handel / economie
  • Handel / economie
  • Handel / economie
  • Techniek
  • Welzijn
  • Techniek
  • Handel / economie
  • Groen
  • Techniek
  • Techniek
  • Techniek

Op de eerste werkconferentie op 1 juni 2005 is iedere sector gevraagd op zoek te gaan naar de beste manier om duurzame ontwikkeling te implementeren in de vakspecifieke lessen. Dit kan bijvoorbeeld door af te spreken dat ieder kenniscentrum bijeenkomsten belegt met ROC's, de bedrijfstak en experts op het gebied van duurzame ontwikkeling om invulling te geven aan wat duurzame ontwikkeling betekent voor de sector.

Vervolgens is de wens geuit om een review te schrijven (als achtergrondmateriaal) en te bekijken hoe duurzame ontwikkeling dan verder geïntegreerd kan worden in de lesprogramma's. Het was de bedoeling om daarna de disseminatieslag over de gehele sector uit te voeren.

Communicatie

In navolging van de website van DHO heeft DMBO een website gemaakt met allerhande informatie over de duurzaamheidscompetenties, hoe duurzame ontwikkeling te integreren in het onderwijs, voorbeeldprojecten, concepten etc. De site is sinds 2005 actief.

DMBO houdt via e-mailberichten en digitale nieuwsbrieven het veld op de hoogte van de ontwikkelingen. Voor de communicatie is aan de 18 kenniscentra, de 48 ROC's en 11 AOC's, de BVE-raad en het COLO gevraagd een geschikte contactpersoon aan te melden. Deze contactpersonen-/maillijst wordt sindsdien uitgebreid met belangstellende docenten, teamleiders, directieleden, collegeleden en anderen.

Actieplan

Het eerste actieplan voorzag in een werkconferentie op 1 juni 2005 met workshops voor CvB's en de sectoren MCV/PMV, welzijn, techniek, groen en handel/economie. Deelnemers aan die sectorale workshops waren docenten, kenniscentra, BTG's en experts (uit het HBO) uit die sector. Gezamenlijk is bekeken hoe duurzame ontwikkeling het beste kan landen in de sector. De CvB's doen hetzelfde. Met de plannen die daaruit voortkomen gaan we bekijken hoe we die met zijn allen kunnen realiseren.

Verder gaan we trachten meer commitment te krijgen van de CvB's, gaan we het veld goed informeren, gaan we verdiepingsbijeenkomsten beleggen en communiceren we good practices op dit gebied ondermeer door deze website.

Co van den Boogert, Rob de Vrind

initiatiefnemers