Duurzaamheidscompetenties


Voor basisscholen heeft men i
n begrijpelijke taal competenties m.b.t. duurzaamheid beschreven Zie hier

Competenties voor docenten op het gebied van duurzaamheid staan hier


Inleiding

Duurzaamheid is in de top vijf gekomen van harde competenties waar het bedrijfsleven om vraagt.

Zachte competenties

1.Talenkennis: een terugkerend thema in verschillende sectoren en landen is extra talenkennis. In de wereldeconomie is het Engels de voertaal. Veel Nederlanders beheersen deze taal, maar vergeten steeds vaker een derde, net zo belangrijke taal aan te leren, zoals Duits, Frans of Spaans. Tijdens een sollicitatieprocedure kan talenkennis een doorslaggevende competentie zijn.

2.Mensenkennis en communicatie: werkgevers zoeken kandidaten met goede presentatievaardigheden, die efficiënt werken in teamverband en relaties kunnen opbouwen.

3.Teammanagement en leiderschap: op managementniveau is geregeld een gebrek aan leiderschap en teamwork. De oorzaak hiervan kan liggen bij een gebrek aan investeringen in opleidingen en trainingen.

4.Organiseren: wereldwijd is er veel aandacht voor time-management. In de huidige economische omstandigheden zoeken werkgevers mensen die hun dag efficiënt in kunnen delen zodat ze de hoogst mogelijke waarde kunnen toevoegen aan het bedrijf.

Harde competenties

5.Finance en budgettering: een groeiend aantal organisaties zoekt naar talent met kennis van financiën en budgetten. In veel landen is er een tekort aan lokale kandidaten sollicitanten met deze vaardigheden.

6.IT: er is wereldwijd een tekort aan kandidaten met specifieke kennis over JAVA, .NET, en C++.

7.Duurzaamheid: dit is een betrekkelijk nieuw, maar een groeiend aandachtsgebied met in het bijzonder een wereldwijde vraag naar kennis over groene energie en bouw.

8.Inkoop en onderhandeling: bedrijven zijn steeds meer gericht op kostenbesparingen. Hiervoor zoeken ze professionals die bezuinigingen kunnen realiseren en de beste deals kunnen sluiten.

9.Research & Development (R&D): grote tekorten aan R&D personeel worden verwacht bij organisaties in technologie, consumentenproducten, en industrie en biowetenschap.

10.Gezondheidszorg: mensen langer leven en de behoefte aan gezondheidszorg groeit. Het tekort aan professionals in de gezondheidssector zal daardoor in de komende 20 tot 50 jaar een bedreiging vormen voor zowel de gezondheidszorg als de wereldeconomie.

Werken verandert

Het MBO biedt CompetentieGericht Onderwijs (CGO). Modern vakmanschap vereist meer dan alleen specifieke vakkennis.  Bedrijven en instellingen hebben mensen nodig die breed inzetbaar zijn in een dynamische arbeidsmarkt. Leren verandert mee. Scholen willen mensen zo opleiden, dat zij kunnen omgaan met snelle veranderingen en weten hoe ze zich iets nieuws eigen kunnen maken. Kortom, mensen die beschikken over modern vakmanschap, waardoor zij nu en in de toekomst waardevol zijn voor zichzelf voor de maatschappij.

Om toekomstige werknemers daar goed op voor te bereiden werken onderwijs en bedrijfsleven aan de ontwikkeling en invoering van een nieuwe kwalificatiestructuur en een nieuwe manier van kennisoverdracht. Competenties vormen het uitgangspunt voor dit nieuwe leren. Competenties die deelnemers kunnen verwerven en ontwikkelen in de beroepspraktijk en in de setting van de bve-instelling. Het nieuwe leren maakt het beroepsonderwijs dynamisch en uitnodigend voor de studenten en cursisten.

DMBO heeft bekeken welke competenties op het gebied van duurzaamheid leerlingen dienen te bezitten als ze van het MBO afkomen. De beschreven competenties leiden volgens DMBO tot kwaliteitsverbetering in het middelbaar beroepsonderwijs.

De competenties zijn opgesteld vanuit het concept duurzame ontwikkeling. Opvallend is dat, behalve de eerste competentie, het gaat over algemene competenties die ook los van het begrip duurzame ontwikkeling relevant zijn. DMBO beschouwt de beschreven competenties dan ook als competenties voor kwalitatief hoogwaardig onderwijs.

In het onderstaande stuk is in concept weergegeven hoe de competenties ook daadwerkelijk in het middelbaar beroepsonderwijs gegeven kunnen worden. Per competentie is weergegeven hoe een leerling zich deze competenties eigen kan maken en welke middelen er bestaan om hier vorm aan te geven.

Per competentie wordt eerst de algemene competentiebeschrijving weergegeven, gevolgd door de operationalisatie en de stand van zaken op dit moment.

De competenties uitgewerkt

Vakgebonden

De afgestudeerde student toont:

inzicht in duurzaamheidvraagstukken in het algemeen en in relatie met het eigen vakgebied
respect voor en inzicht in andere vakgebieden.

 

Operationalisatie

Leerlingen dienen zich, tijdens de vakopleiding, te bekwamen in duurzame ontwikkeling. Dit kan op twee manieren, idealiter in combinatie.

 

1. Basislessen duurzame ontwikkeling, geïntegreerd in de opleidingen.
2. Invlechting van duurzame ontwikkeling in de bestaande opleidingen. Bij de ene studie heeft duurzame ontwikkeling meer aanknopingspunten (Economie) dan bij de andere (Secretaresse). Dit dient terug te komen in de tijd waarin er aandacht aan wordt besteed.

Bij punt 1 krijgen leerlingen algemene informatie over duurzame ontwikkeling. Bij punt 2 komt Duurzame ontwikkeling, of aspecten daarvan terug in het vakgebonden aanbod.

Het onderwijs over duurzame ontwikkeling in het reguliere aanbod van de opleiding dient verankerd te zijn in de eindtermen c.q. de kwalificatieprofielen van alle opleidingen. Het basisvak dient bij voorkeur in het eerste jaar gegeven te worden (bij PMV/MCV), de invlechtingsvakken doorlopend, van het eerste tot het derde en of vierde jaar.

De kwalificatiestructuur nu

Een zoektocht naar duurzaamheidscompetenties in de laatste kwalificatiedossiers nu is vergeefse moeite. Bij de beschrijving en opstelling van de competenties is duurzame ontwikkeling niet meegenomen. Hieronder het stramien van een kwalificatie dossier zoals dat in de BVE-sector algemeen is ingevoerd.

Het begint met een beroepscompetentieprofiel. Om een beroepscompetentieprofiel samen te stellen wordt de beroepscontext beschreven. Dat is een omschrijving van de branche of sector en wat de huidige stand van zaken is (beeld, trends, vernieuwingen). Dan wordt omschreven wat de kernopgaven en de kerntaken van de beroepsbeoefenaar zijn.

De kerntaken: Wat doet de beroepsbeoefenaar; Welke rol en verantwoordelijkheden heeft hij; Voor welke dilemma's wordt hij gesteld.

De kernopgaven: Voor welke problemen (uitdagingen) ziet de beroepsbeoefenaar zich regelmatig gesteld bij het uitoefenen van zijn taken.

De competenties: Over welke capaciteiten moet de beroepsbeoefenaar beschikken om de kerntaken uit te kunnen voeren en de kernopgaven te kunnen oplossen.

Competentiematrix: Welke competenties zijn nodig voor het uitvoeren van de opgesomde kerntaken en kernopgaven?

Het beroepscompetentieprofiel wordt vervolgens vertaald in een kwalificatieprofiel. Het kwalificatieprofiel geeft aan wat de afgestudeerde bij aanvang van zijn beroep moet beheersen. Dat zijn de zgn. beheersingscriteria. Eenmaal ervaren spreken we van succescriteria.

Bij de beroepsopleidingen zijn er dus geen competenties duurzame ontwikkeling geformuleerd. Wel komt e.e.a. tot uitdrukking bij de keuzes en dilemmas, de kerntaken en de kernopgaven. Hier is duurzame ontwikkeling niet altijd expliciet genoemd. Omdat de keuzes en dilemmas 'schreeuwen' om voorbeelden ligt hier de kans om duurzame ontwikkeling een plaats te geven.

M.a.w.: Zolang duurzame ontwikkeling niet als competentie wordt genoemd moet aansluiting worden gezocht bij de keuzes en dilemma's en daarvoor 'moeten' de onderwijsprogramma's de ingrediënten zien te vinden. Door middel van het presenteren van de verschillende voorbeelden van projecten en lesmateriaal blijft er focus op duurzame ontwikkeling.

Sectorale werkgroepen

Na de oprichting van de sectorale werkgroepen zou een belangrijke taak zijn om daar continue aandacht voor te vragen.

Stappenplan van de sectorale werkgroepen

1. Nagaan wat de letterlijke tekst en de geest van de tekst van de kwalificatiedossiers zeggen over duurzame ontwikkeling.
2. Nagaan waar leerlingen in een leerrijke setting duurzame ontwikkeling als voertuig kunnen gebruiken om competenties te verwerven.
3. Uitwerken van voorbeelden voor en met leerlingen waarin duurzame ontwikkeling expliciet wordt benoemd en gekoppeld wordt aan de dagelijkse lespraktijk. Aansluiten bij de gangbare/gebruikelijke op de vestiging toegepaste onderwijs vormen.
4. Zorgen voor verrijkende opdrachten/projecten gekoppeld aan bestaande lesstof.
5. Wereldkundig maken van ervaringen en materiaal (livelink, media, studiedagen) en het proces op gang houden.
6. Informeren van kenniscentra en ontwikkelcentra over de werkzaamheden.

Stand van zaken

Basislessen (ca 2010)

Een digitale basismodule voor het MBO is in ontwikkeling. De basismodule laat met veel beelden en korte teksten zien waar het over gaat bij duurzame ontwikkeling. De module is voorzien van vragen die de leerlingen moeten beantwoorden. Bij meerdere losse onderdelen van het grote geheel kan men men (indien gewenst) naar een verdiepingsmodule, naar leerobjecten (prestaties) en naar websites of pdfs. De verdieping kan een onderdeel zijn van de vakgebonden vervlechting. De module kan een leidraad vormen voor docenten die er vervolgens zelf mee aan de slag gaan met hun leerlingen. De module kan ook rechtstreeks gegeven worden via de elektronische leerweg.

Daarnaast is er een Denkraam duurzame ontwikkeling voor het MBO geschreven en uitgegeven. Het boekje geeft een goed beeld van de relatie tussen duurzame ontwikkeling en het MBO.

Duurzaamheid in vakopleidingen (stand ca 2010)

Bij veel opleidingen staan initiatieven om duurzame ontwikkeling onder de aandacht te krijgen in de steigers.

Bij sociaal-maatschappelijk werk is een elektronische leeromgeving ontwikkeld waarin duurzame ontwikkeling een van de kernuitgangspunten is. Deze studenten noemen zich dan ook geen wijkwerker meer maar toekomstwerker.

Voor het agrarisch onderwijs van de AOC's is het basisboek "Duurzaamheid als leergebied" geschreven (Verberne e.a., 2004. Duurzaamheid als leergebied, handreiking voor docenten. AOC Wellantcollege, Has Den Bosch, PTC+, APS) en ook het referentiedocument geeft de nodige handvatten. Met deze informatie kan iedereen nagaan op welke manier duurzame ontwikkeling in eigen lessen of projecten kan worden geïntegreerd;

Aandacht voor duurzaam bouwen bij bouwkunde (het pgo techniek heeft er een CD van gemaakt);

Meer aandacht voor de natuur bij de opleiding voor begeleider in kinderdagverblijven in het Vuursteentjesproject;

Meer aandacht voor duurzame energietechnieken en energiebesparing in het Duente-project in Noord-Holland

In het project Enersol (Kenteq) is lesmateriaal geschreven voor alle duurzame energietechnieken.

Project voor duurzaamheid in het metaalonderwijs;

Duurzaamheid in de procestechniek.

Duurzame ontwikkeling in het wijk- en buurthuiswerk: het Toekomstwerkersproject

Aandacht voor Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (MVO) in projecten bij het Zadkine college en het Hoornbeeck college.

Ook KCHandel, Stichting Stimular en de CSR-academy zijn ermee bezig.

Duurzaam Hoger Onderwijs (DHO) heeft voor 18 disciplines vakreviews geschreven om de relatie van duurzame ontwikkeling met het betreffende vak te duiden. Op basis hiervan kunnen docenten vorm geven aan het implementeren van duurzame ontwikkeling in de opleiding. Revieuws op MBO-niveau worden onderzocht.

Interdisciplinair

Duurzame ontwikkeling zoekt naar een optimale balans tussen sociale, economische en ecologische aspecten. Dat betekent dat de samenwerking vanuit verschillende disciplines van belang is. Bij één van de duurzaamheidscompetenties staat samenwerken met vertegenwoordigers uit andere vakgebieden centraal.

Operationalisatie

Studenten dienen in het onderwijs te hebben samengewerkt met studenten van andere vakgebieden. Dit kan op drie manieren:

1. Lessen van docenten van andere disciplines, aangeboden in het reguliere onderwijs.
2. Lessen bijwonen waarbij leerlingen van allerlei disciplines aanwezig zijn en waar het onderwijs gegeven wordt door docenten van allerlei verschillende disciplines.
3. Projectonderwijs waarbij de leerlingen werken in een groep studenten, afkomstig van verschillende disciplines.

 

In het MBO wordt facultatief gewerkt in projectonderwijs en in multidisciplinaire teams. Er zijn initiatieven genomen op ROC Westerschelde, ROC RIVOR (Tiel), het Friesland College (Leeuwarden), het Wellantcollege (Houten) en het Koning Willem I College (Den Bosch).

Op ROC Westerschelde is het Greenscool-project uitgevoerd. Docenten organiseerden een themadag voor alle leerlingen op het gebied van duurzame ontwikkeling.

ROC RIVOR te Tiel heeft een week georganiseerd rond het thema water en de rivier (de uiterwaarden).

Het Friesland College heeft een week georganiseerd voor 350 leerlingen onder de naam "Het Friesland College gaat de buurt in".

Op het Koning Willem I College is een speciale groep opgezet voor multidisciplinaire concrete uitdagende groene projecten. Er zitten docenten in uit zeven studierichtingen. Door het bundelen van onderwijs proberen ze multidisciplinaire samenwerking tot stand te brengen. Tijdens de laatste projectweek heeft men voor het eerst een project uitgevoerd met twintig leerlingen uit zeven studierichtingen. Ze hebben in gezamenlijkheid gewerkt aan een het project.
Het Koning Willem I College organiseert jaarlijks in mei een community week waarin leerlingen in een multidisciplinaire setting werken aan uitdagende opdrachten uit de samenleving.

AOC Wellantcollege heeft verschillende zogenaamde VIA-projecten uitgevoerd waarin er aandacht is voor samenwerking met verschillende disciplines op het gebied van meervoudig ruimtegebruik, integratie allochtonen. Buiten de lessen om is er het steunpunt gehandicapten waarin docenten geleerd wordt om m.n. gehandicapten de juiste aandacht te geven.

Samen met ROC Koning Willem 1 is er inmiddels een project waarin leerlingen van de discipline veehouderij en visteelt met leerlingen van de horeca leren samenwerken en onderling kennis en vaardigheden uitwisselen en oefenen.

Intercultureel

De afgestudeerde leerling kan samenwerken met mensen van andere culturen en heeft inzicht in elementen uit andere culturen die een basis vormen voor duurzame ontwikkeling in deze mondiale samenleving.

Operationalisatie

Aan deze competenties kan zowel in Nederland als in het buitenland worden gewerkt. Ook hierbij zijn verschillende niveaus te onderscheiden:

In contact met mensen van andere culturen in Nederland
Studeren in het buitenland
Samen hebben gewerkt in projectonderwijs met mensen van andere culturen.

Veel ROC's doen aan internationalisering. Er worden buitenlandse excursies geregeld of buitenlandse BPV-plaatsen.

De stichting Exchange brengt hierbij de derde wereld in beeld.

Daarnaast doen ROC's mee aan "School zonder Racisme". Een school krijgt dat predicaat als er multiculturele activiteiten worden georganiseerd en als ten minste 70% van de leerlingen ervoor tekent niet te discrimineren.