Duurzame autotechniek

Websites
Theorie
Arbo en milieu in de
Autotechniek
De wetgeving

Opdracht


Kijk eerst even waar het heen gaat..zeker als dadelijk auto's automatisch kunnen rijden (op snelwegen).

Zie ook hier (schone auto's).

Theorie 

Duurzame auto's zijn lichter, meer gestroomlijnd en bestaan uit bio-afbreekbare kunststoffen.
Er wordt gekeken naar
- materialen
- optimale productieprocessen
- vereenvoudiging
- terugkeer naar hoofdzaken

De branche besteedt steeds meer aandacht aan duurzaamheid.

Hoe duurzaam een garagebedrijf is, is te bekijken via een checklist die staat op www.dealerplaza.nl

.Voorbeelden:

- banden kunnen gebracht worden naar een bedrijf dat er stoeptegels voor speeltuinen voor maakt

- men kan meer duurzame energie gebruiken

- men kan in gesprek gaan met een duurzame bank

- men kan aandacht geven aan het nieuwe rijden

- tips geven voor aircogebruik

- trainingen volgen over duurzaamheid

- goede doelen steunen

- aardgas aanbieden als men duurzaam wil rijden

- zorgen voor schone werkplekken

In de duurzame garagewerkplaats is aandacht voor het onderstaande

Garage wit
Dia3

Er wordt gewerkt met de bovenstaande stoffen

Dia5
Wat te doen met de verschillende onderwerpen

Dia2

Bij energiebesparing kan men denken aan het bovenstaande

Dia7

Bij waterbesparing kan men denken aan het bovenstaande

Dia8
Bij afvalpreventie kan men denken aan het bovenstaande

Dia9

Bij afvalscheiding kan men denken aan het bovenstaande

Dia6
Bij bodembescherming kan men denken aan het bovenstaande

Bij de bovenstaande items kan de deze checklist gebruiken

Zuinige vrachtauto's zijn ook steeds meer in trek (aangezien brandstof duur begint te worden).
Ook kan men zuinige chauffeursauto's aanschaffen.


Wat kan de autobranche doen...

1. Buiten

  • 1.1. Isoleren plat dak
  • 1.2. Isoleren spouwmuur
  • 1.3. Pas energiezuinige buitenverlichting toe
  • 1.4. Schakel buitenverlichting op daglicht- en bewegingssensor

2. Te klimatiseren ruimte

  • 2.1. Automatisch uitschakelen afzuiging spuitcabine
  • 2.2. Automatisch uitschakelen hefbrugverlichting
  • 2.3. Beperk warmteverlies d.m.v. snel sluitende deuren
  • 2.4. Bij veel daglicht verlichting dimmen
  • 2.5. Detecteren en verhelpen perslucht lekkages
  • 2.6. Gebruik een loopdeur voor de toegang van personen
  • 2.7. Kale armaturen voorzien van een spiegel opklik armatuur
  • 2.8. Kierdichting verbeteren
  • 2.9. Kleine onderdelen drogen met infrarood
  • 2.10. Luchtverwarming vervangen door stralingsverwarming
  • 2.11. Pas daglichttoetreding toe via het dak
  • 2.12. Registratie en monitoring van energie
  • 2.13. Ruimte leeg: licht automatisch uit
  • 2.14. Toepassen hoogfrequente verlichting
  • 2.15. Toepassen HR-luchtverhitter
  • 2.16. Werkinstructie spuitcabines

3. Technische ruimte

  • 3.1. Aparte cv-ketel voor kantoorgedeelte
  • 3.2. Energiezuinige HR-ketel plaatsen
  • 3.3. Frequentiegeregelde pomp plaatsen
  • 3.4. Isoleren van leidingen
  • 3.5. Perslucht uit buiten gebruikstijd
  • 3.6. Starttijdstip opwarmen gebouw optimaliseren
  • 3.7. Toepassen frequentieregeling compressor
  • 3.8. Weersafhankelijk regelen van de cv-ketelgroep

    Wil je er meer over weten kijk dan hier

Hoe ziet het duurzaamste autobedrijf er uit ? Dit bedrijf wordt gebouwd in de Achterhoek en is van Harrie Arendsen, een Volvodealer.

autobedrijf

Maar het wordt meer dan alleen een autobedrijf. Het wordt een belevingscentrum op het gebied van duurzaamheid.

Van een dak vol zonnepanelen tot straatstenen die CO2 uit de lucht halen. Van één van de duurzaamste wasstraten ter wereld tot een kruidentuin op het dak. Dit bij een Volvodealer in de Achterhoek.


Showrooms veranderen

Alles wordt digitaal, zo ook showrooms. Daarom verandert het businessmodel. Onze klanten hebben de complete auto tegenwoordig al op internet gezien voordat ze bij ons binnenstappen. Als autobedrijf moeten we dus meer bieden dan alleen service en auto’s, waardoor onze klanten bereid zijn om net iets verder te rijden om bij ons op bezoek te komen.

Onder meer duurzaamheid moet voor die aantrekkingskracht gaan zorgen. Naast de gebruikelijke dienstverlening zijn in het nieuwe pand veel extra faciliteiten gecreëerd, zoals een lunchroom, diverse flexwerkplekken, vergaderzalen en een trainingsruimte.

Circulaire economie onder één dak

Het is de bedoeling dat bezoekers over duurzaamheid kunnen leren bij een bezoek aan de showroom. Men gaat de afvalstromen analyseren, om er nieuwe bestemmingen voor te vinden. Het kunststofafval gaat men recyclen tot kuipjes en meubels. Die biedt men weer te koop aan in de lunchroom.

Duurzaam pand

Men wil een uniek pand , niet een gebouw waar er in Nederland al duizenden van leeg staan. Het pand vergt op het eerste gezicht misschien een grotere investering, maar men gaat enorm besparen op de energie- en onderhoudskosten. Er is bijvoorbeeld geen gasaansluiting in het nieuwe pand. Daarnaast zijn er diverse subsidies voorhanden die investeringen in duurzaam bouwen ondersteunen en is gekozen voor een groene lening bij de Rabobank, waar alleen zeer duurzame projecten van ondernemers met een voortrekkersrol voor in aanmerking komen. Op de langere termijn wordt men dan goedkoper  dan met een traditioneel gebouwd pand.”

De bestrating wordt van duurzame straatsteen, die voor 40 tot 50 procent uit gerecycled afval bestaat. Daarnaast wordt er olivijn in de straatsteen verwerkt, een mineraal dat CO2 uit de lucht haalt. Wat we uitstoten met onze auto’s proberen we op deze manier te compenseren.

Duurzame wasstraat

Ook de wasstraat wordt erg duurzaam. Men gaat zoveel mogelijk regenwater gebruiken om auto’s te wassen. Dat wordt opgevangen via het dak. Daarnaast is de wasstraat in staat om gebruikt water te reinigen en opnieuw te gebruiken. Op die manier kunnen er 200 spoelingen met hetzelfde water gedaan worden. Zo bespaart men 1.200.000 liter kraanwater per jaar. Daarnaast wordt regenwater gebruikt voor het doorspoelen van de wc’s in het pand. Dit brengt de totale besparing op kraanwater op 1.700.000 liter.

Ook op het gebied van energie is de hightech wasstraat bijzonder efficiënt. De drooginstallatie volgt de contouren van de auto namelijk veel efficiënter, door middel van robotarmen. Daardoor gebruikt de wasstraat 80 procent minder energie dan conventionele drooginstallaties in wasstraten.

Men is nog op zoek naar duurzaam sop.

Van zonnepanelen tot LED-verlichting

Het pand wordt CO2-neutraal. Het bestaat voor 30 tot 40 procent uit gerecycled beton en heeft 440 zonnepanelen op het dak. Deze zonnepanelen zorgen voor een verwachte opbrengst van 112.200 kilowattuur per jaar. Als men niet genoeg energie opwekt om het pand van stroom te voorzien, wordt het  ingekocht bij Pure Energie. Zo weten we zeker dat het pand geen gebruik maakt van fossiele brandstoffen.”

Het pand is daarnaast zon-georiënteerd gebouwd, zodat de zonnepanelen zoveel mogelijk energie opwekken en het daglicht optimaal benut wordt. De verlichting, die volledig uit LED-lampen bestaat, wordt daarnaast slim aangestuurd. Zo wordt kunstmatig licht bijvoorbeeld minder gebruikt in ruimtes die al veel daglicht krijgen. Daarnaast is de verlichting ingedeeld in groepen, zodat men zelf, via het gebouwbeheersysteem, kan bepalen waar wel en geen licht brandt.

Twee duurzame warmtepompen, één in de grond en één op het dak, zorgen voor duurzame verwarming en verkoeling van het pand. Ook het groene sedumdak (vegetatiedak) draagt bij aan de verkoeling van het pand. Het binnenklimaat wordt verder gereguleerd door middel van sensoren.

De tuin van de Volvo dealer wordt een groene oase, compleet met een bijenhotel, kruidentuin en kippenhok. De producten die hieruit voortkomen, worden in de lunchroom weer aangeboden.

Daarnaast neemt Volvo als innovatieve organisatie haar maatschappelijke verantwoordelijkheid door bij te dragen aan een duurzame samenleving en mobiliteit. Zij doen dat door schone auto’s en nieuwe veiligheidssystemen te ontwikkelen. 

autowrakken


Hoe om te gaan met arbo en milieu in de autotechniek.

 Hier onder een voorbeeld waar u misschien wat aan heeft. Het is een beschrijving van een afdeling autotechniek op een onderwijsinstituut maar e.e.a. kan evengoed gebruikt worden als voorbeeld voor de hele autotechniek. (Indien iemand hier aanvullingen of verbeteringen voor heeft, houden we ons aanbevolen).

In de autotechniek bestaan opleidingen als 

Hier een les waarbij een auto wordt gerecycled. Gemaakt door autorecycling Nederland.


Schadeherstel


Aankomend voorbewerker
niveau1
Autospuiter
niveau 2

Autoschadehersteller niveau 2
Eerste autospuiter
niveau 2
E
erste autoschadehersteller niveau2
Bedrijfsmanager schadeherstelbedrijf niveau 4
Bedrijfmanager carosseriebedrijf niveau 4


Personenauto's

Assistent autotechnicus niveau 2
Autotechnicus niveau 2

Eerste autotechnicus niveau 2
Diagnose technicus Personenauto's niveau 2
Werkplaatsmagager Personenauto's niveau 2

Bedrijfsautotechniek

Bedrijfsautotechnicus
Eerste bedrijfsautotechnicus
Diagnose technicus Bedrijfsauto's
Werkplaatsmagager Bedrijfsauto's


Fiets- motortechnicus

Mototfietstechnicus
Bromfietstechnicus
Fietstechnicus
Eerste Motorfietstechnicus


Duurzame autotechniek1

1.2. De milieuaspecten

 

1.2.1. Het primair proces

inkoop

verf / oplosmiddelen / olie/ benzine/ accu's/ koelvloeistof/ poetsdoeken

 

opslag

verf / oplosmiddelen / olie/ benzine/ accu's/ koelvloeistof/

 

proces

auto's repareren, spuiten, reinigen

 

afval

verf / oplosmiddelen / olie/ benzine/ accu's/ koelvloeistof/uitlaatgassen


 1.2.2. De milieuaspecten


2. Typering van de arbo-milieuaspecten van de afdeling

 Proces

 

Milieuaspecten

Energie

Waterverbruik

Bodem-emissie

Water-emissie

Lucht-emissie

Geluid

Afval

Externe veiligheid

MV

X

X

X

X

X

X

XX

XX

Freon

15 kg

042

Schadeafdeling ?

?

Wasbenzine

2l

Magazijn

Reihigen

Wat eventueel over is in de 200 l drum met organische oplosmiddelen

Tinner

2l

Magazijn

Schadeafdeling /  Reinigen

Wat eventueel over is in de 200 l drum met organische oplosmiddelen

Speciale olie

10 l

Magazijn

Smeren

Spuitbusjes kruipolie

1

Magazijn

Smeren

Spuitbusjes ontvetter

1

Magazijn

Ontvetten

Remmenreiniger

0-20

O42

Reinigen remmen

Kruipolie

0-20

O42

smeren

Wat over is bij oliehoudend garage-afval

Multispray

0-20

O42

smeren

Remvloeistof

0-10

O42

smeren

Afval in 200 l vloeistofdrum

voor koelvloeistof en remolie

Motorolie

0-200

O42

smeren

Afval in 200 l vloeistofdrum

voor olie

Koelvloeistof

0-200

O42

koeling

Afval in 200 l vloeistofdrum

voor koelvloeistof en remolie.

Accus

5

Accuruimte

stroomvoorziening accu's

In accubak

Benzine

0-40

Magazijn

brandstof

Wordt uiteindelijk verbrand en geeft uitlaatgassen

Diesel

0-20

Magazijn

brandstof

Wordt uiteindelijk verbrand en geeft uitlaatgassen

Ontvetter

200

Ontvetter-
installatie

ontvetten

In 200 l vloeistofdrum voor organische oplosmiddelen

8 auto's benzine/diezel

042

5 motorfietsen/ met benzine

O45

Verfstoffen

200

schadeafd.

autospuiten

Lege niet uitgelekte blikken in 200 l rum verfresten in blik

Kit

20 tubes

Schadeafd.

afkitten

In 200 liter drum lijmen / harsen / kitten


2.1. Algemeen

Het personeel heeft eigen kasten om de kleding in te hangen.   

  Duurzame autotechniek1    Duurzame autotechniek1

Het is verplicht een overall en veiligheidsschoenen te dragen.

  Duurzame autotechniek1      Duurzame autotechniek1

De accuruimte is bestickerd, heeft een brandblusapparaat in de nabijheid en heeft afzuiging. Er kunnen 5 accu's tegelijkertijd geladen worden. Er worden spullen opgeslagen b.v. 5 l geconcentreerde antivries flacons, maar dat is eigenlijk geen goede situatie in zo'n ruimte. De norm is dat accu's met een totaal vermogen van 10KVAh moeten worden opgeslagen in een accuruimte. Het schoonspoelen van accu's moet gebeuren in een fonteintje.

  Duurzame autotechniek1  Duurzame autotechniek1

In de ruimten met de motoren wordt de lucht afgezogen.  

Duurzame autotechniek1    

In de winter is het te koud het praktijkgedeelte.
Er is een veiligheidsdouche aanwezig en het is aantoonbaar dat de EHBO-koffers gecontroleerd worden.

Er staan geen spullen voor de nooduitgang. 

Duurzame autotechniek1       

 


















Bij de uitvoering van de werkzaamheden aan de auto's wordt rekening gehouden met het milieu.

Uitlaatgassen worden afgevoerd en oliefilters laat men uitlekken om ze vervolgens te voegen in de 200 liter metalen dekseldrum voor oliefilters.

 Duurzame autotechniek1

De olie- en koelvloeistof wordt verkregen uit doseerslangen om morsen zoveel mogelijk te voorkomen.

Om vettige onderdelen te kunnen reinigen, heeft men een ontvettingsinstallatie waarin de reinigingsvloeistof continu wordt gerecycled. Onduidelijk is, of er afzuiging boven moet plaatsvinden.

Bij het repareren van banden maakt men meestal eerst de velg goed schoon met de hoge drukspuit en blaast vervolgens de zaak droog met perslucht. Bij het verwisselen van banden gebruikt men een apparaat met een beschermkap.

Er is een reservevoorraad benzine en diesel aanwezig in het magazijn. De wagens waaraan gesleuteld wordt kunnen niet meer naar de pomp gereden worden om bij te tanken. Ze worden in de vakantie gevuld vanuit jerrycans. Aangezien men er maar 2 voor benzine en 1 voor diesel heeft betekent dit dat men vaak op en neer moet rijden naar de pomp.  

Duurzame autotechniek1

De schade-afdeling

 De schadeafdeling heeft een spuitcabine.

 Duurzame autotechniek1  Duurzame autotechniek1

 Men laat bijna lege verf-  en lakbussen uitlekken boven speciale 60 liter vloeistofdrums en men maakt daarbij onderscheid in watergedragen verf en verf op basis van oplosmiddelen.

Men heeft een speciale afgeschermde plaats waar men kwasten kan reinigen en de terpentine wordt erin gerecycled. Ook is er een plek waar men verf kan mengen onder continue afzuiging

De vaten terpentine staan gewoon los in de spuitcabine maar niet meer dan 25 liter. Naast de cabine heeft men een brandblusapparaat opgehangen.

 Papier met verf- en of oplosmiddel alsmede bekertjes waarin men heeft gemengd of uitgelekte blikken worden in 200 liter dekseldrums (met plastic zak) opgeslagen in de werkplaats en indien een drum vol zit, wordt deze al dan niet gezet bij de drums in de milieustraat of afgevoerd.

Waarschijnlijk mogen de blikken niet bij dit afval en indien ze voldoende zijn uitgelekt mogen de blikken (lek- en schraapvrij) gewoon bij het metaalafval.

3. Inkoop en de afvoer.

Aangezien er volgens de AmvB  milieubevorderende maatregelen genomen dienen te worden en aangezien het instituut geacht wordt het goede voorbeeld te geven is het van belang zicht te krijgen op de inkoop en afvoer van milieu onvriendelijke stoffen. Zo kan inzichtelijk worden hoe effectief afvalreducerende maatregelen zijn geweest (en of prestatie-indicatoren op dit gebied behaald zijn) en kan er een kosten baten analyse worden uitgevoerd. Er zal dan duidelijkheid ontstaan over de besparingen die de maatregelen hebben opgeleverd.

Een bedrijf levert de verf en de inkoop wordt geregistreerd door de docenten. De registratie van de inkoop en afvoer van andere stoffen moet nog nader worden uitgewerkt alsmede de registratie van het onderhoud aan de filtermatten in de spuitcabine.

Chemisch afval dient te worden verwerkt conform de procedure die op internet staat. Het betekent dat artikelen met verfresten, filtermatten en eventueel verfresten in blik dienen te worden gevoegd in de daartoe bestemde drums die zich bevinden in de milieustraat. Het bedrijf dat de verf levert voert ook de verf af. Zij houden bij welke hoeveelheden zijn afgevoerd en stellen daarvan de school in kennis ivm de VOS registratie. We laten afvoeren: artikelen met verf, verfsludge, lege verfblikken, filtermatten, remolie, halogeenarme oplosmiddelen, spuitbussen, koelvloeistof en lijmen , harsen en kitten. Alle andere stoffen worden afgevoerd door de Gemeentelijke Afvalstoffen Dienst.

De poetsdoeken worden aan- en afgevoerd door Berendsen Textiel Services en de afdeling draagt daar zelf zorg voor.

4. Opslag

Op de afdeling worden organische oplosmiddelen, benzine, diesel, olie, remvloeistof en koelvloeistof opgeslagen. Er  mag maar een beperkte hoeveelheid aanwezig zijn aangezien ze brandgevaar met zich meebrengen. Men gebruikt terpentine en ontvettingsvloeistof in afgeschermde apparatuur waarin wordt gerecycled. De voorraad is zeer beperkt en wordt niet speciaal opgeslagen. Bij grotere hoeveelheden is de milieucontainer van de schildersafdeling een alternatief. Aan benzine is niet meer dan twee jerrycans aanwezig voor noodgevallen en de olie en koelvloeistof wordt getapt uit 200 liter drums die in een aparte ruimte staan.

De wetgeving

m.b.t. Activiteiten met motoren, motorvoer- en vaartuigen en andere gemotoriseerde apparaten

4.6.1. Lozen van afvalwater (algemeen)


Artikel 4.75

1.   Bij het in het vuilwaterriool lozen van afvalwater afkomstig van een of meer activiteiten als bedoeld in de paragrafen 4.6.2, 4.6.3, 4.6.5 en 4.6.6 wordt ten minste voldaan aan het tweede tot en met het vijfde lid.

2.   In het afvalwater afkomstig van het reviseren van motoren worden de emissiegrenswaarden genoemd in tabel 4.75 niet overschreden:


Tabel 4.75

Stoffen

Emissiegrenswaarde

 BTEX-som

15 milligram per liter

 Vluchtige organohalogeenverbindingen uitgedrukt als chloor

100 microgram per liter

 Olie

20 milligram per liter

 PAKs (som van naftaleen, anthraceen, fluorantheen, benzo(g, h, i,)peryleen, benzo(a)pyreen, benzo(b)fluorantheen, benzo(k)fluorantheen en indeno(1, 2, 3-cd)pyreen)

5 microgram per liter

 Koper

1 milligram per liter

 Nikkel

3 milligram per liter

 Lood

3 milligram per liter

 Zink

3 milligram per liter

 Chroom

2 milligram per liter

3.   Ander afvalwater dan het afvalwater, bedoeld in het tweede lid, dat afkomstig is uit een ruimte waar een activiteit als bedoeld in het eerste lid wordt uitgevoerd of van een vloeistofdichte vloer of verharding waarop die activiteit wordt uitgevoerd wordt niet geloosd, indien het in enig steekmonster meer bevat dan:

a.   20 milligram olie per liter;

b.   300 milligram onopgeloste stoffen per liter.

4.   In afwijking van het derde lid bedraagt het gehalte aan olie ten hoogste 200 milligram per liter in enig steekmonster indien het afvalwater, voor vermenging met ander afvalwater, wordt geleid door een slibvangput en olieafscheider die voldoen aan en worden gebruikt conform NEN-EN 858-1 en 2.

5.   Het te lozen afvalwater, bedoeld in het tweede en derde lid, kan op een doelmatige wijze worden bemonsterd.


4.6.2. Bieden van parkeergelegenheid in een parkeergarage


Artikel 4.76

1.   Bij een mechanische ventilatie in een parkeergarage met ten minste 20 parkeerplaatsen worden ten behoeve van:

a.   het doelmatig verspreiden van emissies;

b.   het voorkomen dan wel beperken van geurhinder;

c.   het voorkomen dan wel beperken van luchtverontreiniging door benzeen,

      de bij ministerie regeling te bepalen maatregelen toegepast.

2.   Het bevoegd gezag kan maatwerkvoorschriften stellen:

a.   ten aanzien van de beperking van de emissie van benzeen uit een parkeergarage indien dit nodig is in het belang van de luchtkwaliteit;

b.   ten aanzien van de aanzuigopeningen en uitblaasopeningen van de mechanische ventilatie van een parkeergarage en de uitvoering en het onderhoud van de ventilatoren indien dit nodig is in het belang van de luchtkwaliteit dan wel indien dit nodig is om de geurhinder te voorkomen dan wel te beperken.


4.6.3. Afleveren van vloeibare brandstoffen aan vaartuigen


Artikel 4.77

Binnen een afstand van 20 meter van een bunkerstation vindt geen recreatief verblijf plaats.


Artikel 4.78

1.   Bij een afleverpunt voor vloeibare brandstof aan vaartuigen zijn voldoende hulpmiddelen aanwezig voor de eerste bestrijding van een waterverontreiniging ten gevolge van een calamiteit bij het afleveren van brandstof.

2.   Een afleverinstallatie voor vloeibare brandstof, alsmede de daarbij behorende tankinstallatie is zodanig uitgevoerd, dat bij wisselende waterstanden, voor zover deze ter plaatse optreden, als gevolg van die waterstanden geen nadelige gevolgen voor het milieu optreden.

3.   Het bevoegd gezag kan indien uit de aard en de ligging van de installatie onduidelijk zou kunnen zijn welke hulpmiddelen het meest zijn aangewezen, maatwerkvoorschriften stellen met betrekking tot de hoeveelheid en het soort hulpmiddelen, bedoeld in het eerste lid.


Artikel 4.79

Bij het afleveren van vloeibare brandstoffen aan vaartuigen wordt ten behoeve van:

a.   het realiseren van een verwaarloosbaar bodemrisico;

b.   het voorkomen van risicos voor de omgeving en ongewone voorvallen, dan wel voor zover dat niet mogelijk is het zoveel mogelijk beperken van de risicos voor de omgeving en de kans dat ongewone voorvallen zich voordoen en de gevolgen hiervan,

 ten minste voldaan aan de bij ministerie regeling te stellen eisen.


4.6.4 Afleveren van vloeibare brandstof, mengsmering en aardgas anders dan voor openbare verkoop aan derden voor motorvoertuigen voor het wegverkeer en voor vaartuigen.


Artikel 4.80


1.  
Het afleveren van lichte olie, anders dan bedoeld in de artikelen 3.17, 4.77 tot en met 4.79, geschiedt via een systeem voor dampretour Stage-II. De eerste zin is niet van toepassing:

a.   op het afleveren van lichte olie met een maximale afleversnelheid van 10 liter per minuut of minder;

b.   op het afleveren van lichte olie met mengsmering met een maximale afleversnelheid van 45 liter per minuut of minder; en

c.   indien de doorzet aan lichte olie minder bedraagt dan 500 kubieke meter per jaar, waarbij als bewijs dat de doorzet aan lichte olie in enig jaar minder heeft bedragen dan 500 kubieke meter is uiterlijk op 31 maart van het daarop volgende kalenderjaar een afschrift van een accountantsverklaring daaromtrent in de inrichting aanwezig is.

2.   Het gebruikte systeem voor dampretour Stage-II voert ten minste 75% van de uit de brandstofreservoirs van de motorvoertuigen verdreven dampen naar de ondergrondse opslagtank terug.

3.   Een systeem voor dampretour Stage-II is goedgekeurd overeenkomstig de Test Procedure voor Damp Retour Systemen in Benzinepompen voor Nederland van het Nederlands Meetinstituut door een keuringsinstantie, welke daartoe door de Raad voor Accreditatie is geaccrediteerd op grond van NEN-EN-ISO/IEC 17020.

4.   Een systeem voor dampretour Stage-II wordt voor ingebruikname en daarna eenmaal per drie jaar overeenkomstig de Test Procedure voor Damp Retour Systemen in Benzinepompen voor Nederland van het Nederlands Meetinstituut, gecontroleerd op de goede werking door een onafhankelijke inspectie-instelling.

5.   Indien tijdens de uitvoering van de in het vierde lid bedoelde controle afwijkingen worden geconstateerd ten opzichte van de eisen gesteld in het tweede en derde lid, worden deze afwijkingen onverwijld opgeheven.

6.   De keuringscertificaten zijnde de resultaten van de keuring en de controle, bedoeld in het derde onderscheidenlijk vierde lid, worden in de inrichting bewaard.

7.   Het bevoegd gezag kan ten behoeve van:

a.   het voorkomen van stankhinder ten gevolge van het afleveren van lichte olie, of

b.   het beperken van de emissie van benzeen ten gevolge van het afleveren van lichte olie, bij maatwerkvoorschrift bepalen welke maatregelen bij een inrichting als bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, worden getroffen.


Artikel 4.81

1.   De afleverzuil bij een aardgas-afleverstation voor het afleveren van gecomprimeerd aardgas aan motorvoertuigen voor het wegverkeer die aardgas als motorbrandstof gebruiken bevindt zich op een afstand van ten minste 10 meter van kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten. Indien per etmaal meer dan 300 personenautos worden gevuld, bedraagt deze afstand 15 meter. Indien per etmaal meer dan 100 autobussen worden gevuld, bedraagt deze afstand 20 meter. De bufferopslag bevindt zich op een afstand van kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten zoals aangegeven in tabel 4.81.


Tabel 4.81

Waterinhoud bufferopslag

Afstand

 Minder dan 3000 liter

10 meter

 Vanaf 3000 tot 5000 liter

15 meter

 Meer dan 5000 liter

20 meter

2.   Een aardgas-afleverinstallatie voor het afleveren van aardgas ten behoeve van niet-openbare verkoop voor motorvoertuigen voor het wegverkeer voldoet ten behoeve van het voorkomen van risicos voor de omgeving en ongewone voorvallen, dan wel voor zover dat niet mogelijk is het zoveel mogelijk beperken van de risicos voor de omgeving en de kans dat ongewone voorvallen zich voordoen en de gevolgen hiervan, aan de bij ministerie regeling te stellen eisen.

Artikel 4.82


1.  
Bij het in het vuilwaterriool lozen van afvalwater afkomstig van een vloeistofdichte vloer of verharding waarboven het afleveren van motorbrandstof, anders dan bedoeld in de artikelen 3.17, 4.77 tot en met 4.79 plaatsvindt, wordt ten minste voldaan aan het tweede tot en met het vierde lid.

2.   Het afvalwater wordt geleid door een slibvangput en olieafscheider die voldoen aan NEN-EN 858-1 en 2.

3.   Het gehalte aan olie in het afvalwater na de afscheider bedraagt niet meer dan 200 milligram per liter in enig steekmonster bepaald overeenkomstig de bepalingsmethode.

4.   Het te lozen afvalwater kan op een doelmatige wijze worden bemonsterd.


Artikel 4.83


Bij het afleveren van vloeibare brandstoffen en aardgas, anders dan bedoeld in de artikelen 3.17, 4.77 tot en met 4.79 wordt:

a.   ten behoeve van het realiseren van een verwaarloosbaar bodemrisico en het voorkomen dan wel voor zover dat niet mogelijk is het zoveel mogelijk beperken van luchtverontreiniging voldaan aan de bij ministerie regeling te stellen eisen; en

b.   ten behoeve van het voorkomen van risicos voor de omgeving en ongewone voorvallen, dan wel voor zover dat niet mogelijk is het zoveel mogelijk beperken van de risicos voor de omgeving en de kans dat ongewone voorvallen zich voordoen en de gevolgen hiervan,

ten minste voldaan aan de bij ministerie regeling te stellen eisen.

4.6.5. Onderhouden en repareren van motoren, motorvoertuigen en andere gemotoriseerde apparaten en proefdraaien van verbrandingsmotoren


Artikel 4.84


1.  
In de inrichting zijn niet meer dan vier autowrakken aanwezig.

2.   Het is niet toegestaan een autowrak en de daarin aanwezige materialen of onderdelen te verwijderen of nuttig toe te passen, behoudens voor zover:

1.  het de opslag betreft, of

2.  het accessoires betreft die worden gedemonteerd omdat de laatste eigenaar of houder van het autowrak hierom anders dan in de uitoefening van zijn beroep of bedrijf heeft verzocht en met als doel die accessoires opnieuw te gebruiken ten behoeve van een ander motorvoertuig waarvan hij eigenaar of houder is.

3.   Het proefdraaien van verbrandingsmotoren vindt niet in de buitenlucht plaats.

4.   Bij het onderhouden of repareren van motoren, motorvoertuigen of andere gemotoriseerde apparaten of bij het proefdraaien van verbrandingsmotoren wordt ten behoeve van:
a. het voorkomen of beperken van risicos voor de omgeving en ongewone voorvallen, dan wel      

         voor zover dat niet mogelijk is het zoveel mogelijk beperken van de risicos voor de omgeving en   

         de kans dat ongewone voorvallen zich voordoen en de gevolgen hiervan;
b. het voorkomen of beperken van geurhinder;
c. het doelmatig verspreiden van emissies naar de buitenlucht;
d. het realiseren van een verwaarloosbaar bodemrisico,
ten minste voldaan aan de bij ministerie regeling te stellen eisen.


Artikel 4.85


In afwijking van artikel 4.84, derde lid, is het proefdraaien van motoren van pleziervaartuigen in de buitenlucht toegestaan voor zover de motor zich in het vaartuig bevindt.


4.6.6. Onderhouden en repareren en afspuiten van pleziervaartuigen


Artikel 4.86


1.  
In afwijking van de artikelen 4.32 en 4.39 is het onderhouden en repareren van pleziervaartuigen door derden bij een jachthaven toegestaan.

2.   In afwijking van de artikelen 4.22, 4.28 en 4.53 vinden verfspuitwerkzaamheden aan pleziervaartuigen door derden bij een jachthaven waarbij verf met een nevelspuit wordt opgebracht plaats in een daartoe bestemde ruimte.


Artikel 4.87


Degene die een inrichting drijft waar derden gelegenheid wordt geboden om pleziervaartuigen te onderhouden, te repareren of af te spuiten voldoet ten behoeve van het voorkomen van milieuverontreiniging bij die werkzaamheden ten minste aan de bij ministerie regeling te stellen eisen.


Artikel 4.88


Bij het onderhouden, repareren en afspuiten van pleziervaartuigen wordt ten behoeve van het realiseren van een verwaarloosbaar bodemrisico voldaan aan de bij ministerie regeling te stellen eisen

Guy Negre heeft een hoge druk motor ontwikkeld. Geeft 66 % minder CO2 uitstoot.
Koude lucht van 300 bar wordt verwarmd en in de cilinders gespoten.

Een volle tank voor de Nano (het autootje voor de Indiaase markt) kost  2 euro voor 200 km. Lees er over op

http://zeropollutionmotors.us/

Duurzame autotechniek1

Creapole werkt aan een auto voor Afrika op zonnepanelen.

BMW wil elektrische mini's op de markt gaan brengen.

Duurzame autotechniek1 Het bestand is hier te downloaden Alles over milieu in de garage
- energiebesparing
- waterbesparing
- afvalpreventie
- afvalscheiding
- afvalwater
- reductie emissie VOS
- bodembescherming
Duurzame autotechniek1
De regels voor garagebedrijven
 
De regels voor garagebedrijven