E-Learning

Ga aan de slag. Succes !


 

 

Duurzame economie

 
Theorie I

Om een ombouw in de richting van duurzaamheid en solidariteit te bewerkstelligen, zullen we over voldoende instrumenten moeten beschikken die ervoor zorgen dat de economie blijvend in die richting wordt gestuurd.. Dan hebben we het over een beleid van passende belastingen, stimulansen en ontmoedigingen, quoteringen, monitoring en voorlichting, gericht op een verschuiving van materie naar immaterie consumptie, verbetering van de mondiale Ecologische Voetafdruk en een eerlijker verdeling onder alle burgers. De Noordelijke landen dragen hiervoor de eerste verantwoordelijkheid, vanwege hun opgebouwde ecologische schuld, hun grote technologische mogelijkheden en hun grote economische kracht en handelsoverschot.

Bij een passend stelsel van sturingsinstrumenten denken we bijvoorbeeld aan:

1. Economische sturingsinstrumenten

A. Hervorming van het systeem van belastingen, zoals:

zowel in nationaal als Europees verband verschuift de belastingheffing drastisch van belasting op arbeid naar een belasting op alle aan de natuur onttrokken waarden (BOW)

Je zou moeten invoeren:

- een footprinttax en een koolstofheffing;
- een BTW-verlaging voor duurzamer voortgebrachte goederen en diensten;
- beëindinging van belastingparadijzen en andere faciliteiten voor transnationale belastingontwijking;
- rechtvaardiger verdeling van inkomens door hogere inkomens zwaarder te belasten; op termijn op mondiale schaal doorgevoerd;
- belastingen op het mondiale kapitaalverkeer (zoals de Tobintax) en andere vormen van wereldwijde belastingheffing,

Hiermee ontstaan middelen voor het uitvoeren van mondiale programmas voor armoedebestrijding en milieubehoud.

Er zou een Global Tax Authority in VN-verband moeten komen.

Uitgangspunt zou moeten zijn dat er reden tot belasten is als er sprake is van negatieve maatschappelijke effecten die niet in de prijs van het product worden verdisconteerd. Een effectieve beprijzing van milieuschade is bovendien onmisbaar in de beoogde transitie naar een economie zonder fossiele energie.
Dit concludeert het Planbureau voor de Leefomgeving in het rapport Fiscale vergroening: belastingverschuiving van arbeid naar grondstoffen, materialen en afval.

Uit de berekeningen blijkt dat het belangrijkste deel van de milieuschade in Nederland plaatsvindt bij de productie van materialen (zoals aluminium, ijzer, plastics en kunstmest) en halffabricaten (zoals staal en auto-onderdelen), grofweg de basisindustrie. Het betreft hier dus de verwerking van grondstoffen, en niet de winning daarvan. Deze jaarlijkse milieuschade bedraagt om en nabij de 7 miljard euro. Dit is dan ook de meest geëigende plaats in de productieketen om belasting op grondstoffen te heffen.

B. Internationale, nationale en regionale quotering en stringente verbodsbepalingen om te komen tot

- snelle verlaging van de uitstoot van CO2;
- rechtvaardige verdeling van de natuurlijke hulpbronnen (fossiele brandstoffen, tropisch hout, visgronden, niet-hernieuwbare grondstoffen);
- beëindging van de teruggang in en waar mogelijk herstel van biodiversiteit;
- ontzien van kleine boeren en vissers en traditionele producenten die leven van het verzamelen van bosproducten en dergelijke;
- bescherming van arbeidsrechten en rechtvaardige arbeidsomstandigheden.

C. Faciliteren en subsidieren van een duurzame ontwikkeling

- stimuleer duurzame projectontwikkeling,
- lokale groene energieproductie,
- energiebesparing en verduurzaming van de regionale landbouw.

via subsidies of het verstrekken van leningen tegen een lagere rente en beter op elkaar afgestemde procedures.

D.De vervuiler betaalt, ten behoeve van eerlijke concurrentie en een eerlijk speelveld

Dit zou zowel nationaal en internationaal moeten gelden, zowel voor milieuvervuiling als voor overtreding van ILO-richtlijnen en sociaal-economische mensenrechten. Een feed-in-systeem voor duurzame energie, naar Duits voorbeeld, is een bescheiden begin. Ook in de landbouw en voor mobiliteit kan het principe van de vervuiler betaalt ingevoerd worden. Regionale productieketens krijgen zo een faire kans.

E. Labels, keurmerken en mobilisatie van consumentenmacht

Bedrijven, overheden, maatschappelijke organisaties individuele burgers/consumenten kunnen elkaar op een eerlijke en duurzame koers brengen en houden met behulp van labels en keurmerken. Met een toegankelijk systeem op basis van input/feedback van bedrijven, maatschappelijke organisaties en burgers/consumenten kunnen voor elke sector en productgroep de meest eerlijke en duurzame opties worden aangegeven. Zo gaat de standaard geleidelijk en kan het stelsel van keurmerken en labels vereenvoudigd worden.

2. Hervorming van het financie bestel

Een belangrijke factor in een Fair & Green Deal vormt de hervorming van het internationale geldstelsel.

Nu heb je 
- een zelfstandige en nauwelijks beheersbare drang tot maximalisering van rendementen,
- financie groei
- geldschepping uit, los van overwegingen van duurzaamheid en rechtvaardigheid.

Voor hervorming van het financie stelsel denken we aan:

A. Inbedding van geldstelsels in de ree economie

Alle vormen van geldcreatie, direct of indirect onder publiek beheer en ingeperkt door de liquiditeitsbehoeften van de reële economie.

Zo kan een herstel optreden van de 'oorspronkelijke' functie van geld als betaalmiddel waardoor productie en consumptie worden vergemakkelijkt.

De financie markten blijven dan dienstbaar aan de reële economie waarbinnen zij opereren. 

Alternatieve, regionale of lokale geldstelsels verdienen aandacht.

B. Hervorming van het internationaal geldstelsel

We moeten het internationale geldstelsel herzien met als uitgangspunten duurzaamheid en solidariteit.

Bijvoorbeeld:
- voor ontwikkelingslanden een uitbreiding van het systeem van speciale trekkingsrechten (SDR's1) via het IMF, uitsluitend gericht op groene en rechtvaardige ontwikkeling;
- een op het voorgaande geënte nieuwe mondiale reservevaluta. Daarmee komt een einde aan de eenzijdige en mondiale afhankelijkheid van de US dollar en van het door nationaal belang ingegeven monetaire beleid van de VS;
- op korte termijn maatregelen ter voorkoming van kapitaalvlucht vanuit het Zuiden naar het Noorden (niet alleen door belastingontwijking, maar ook in de vorm van schuldaflossingen en rentebetalingen, winstafvloeingen e.d.).

C. Een Fair & Green Bankenwijzer

Maak systemen van beoordeling vergelijkbaar met de Eerlijke Bankwijzer, die klanten van banken in staat stellen hun bank te beoordelen en zo nodig te verlaten als ze niet fair & green opereren.

3. Werkgelegenheid, inkomens- en investeringsbeleid

Bij elk voorstel voor aanpassing van het economisch beleid komt de terechte vraag op wat dit betekent voor werkgelegenheid en inkomens. Wij menen te kunnen stellen dat een Fair & Green Deal niet zozeer tot vermindering van werkgelegenheid leidt, maar eerder tot een verschuiving en misschien zelfs verruiming ervan. Met het oog op duurzaamheid en rechtvaardigheid zullen veranderingen in het inkomens- en investeringsbeleid onvermijdelijk zijn. Bij dit alles denken we aan:

A. Transitie naar materie-arme werkgelegenheid

Dit houdt bijvoorbeeld in:
- een verschuiving van sectoren en producten met een zware materie component (in productie en gebruik) naar sectoren en producten met een lage materie component, zoals zorg en cultuur; daarbij ook aandacht voor regionale economie, die minder transport vergt;
- een eerlijker en evenwichtiger verdeling van betaald werk, onbetaalde zorgtaken en beschikbare vrije tijd;
- betere positionering van noodzakelijk werk als zorg, onderwijs e.d.;
- arbeid en technologie die leiden tot behoud en waar mogelijk uitbreiding van de in de wereld nog aanwezige milieugebruiksruimte - zoals de ontwikkeling van schone energiebronnen- krijgen voorrang;
- in plaats van het streven naar een flexibilisering van de arbeid ten bate van hogere economische rendementen, wat dikwijls ten koste van
- arbeidsrechten gaat, komt het streven naar een flexibilisering van de economie. Deze zal moeten worden gericht op aanpassing aan wat de
- arbeidende mens en het milieu kunnen verwerken.

B. Fair & Green Investeringsbeleid

Voor een Fair & Green Deal is het van belang dat investeringen primair gericht worden op:
- eerlijke verdeling en reductie van emissies zoals die van broeikasgassen;
- schone energie;
- vormen van productie en consumptie die efficiënt met energie en grondstoffen omgaan en mensenrechten in acht nemen. Denk hierbij aan hergebruik en recycling, fair trade en regionalisering van voedselproductie en energieopwekking, bijvoorbeeld in samenwerking met Transition Towns.

Het gaat hier zowel om investeringen in landen als Nederland en Belgien in Europa, als investeringen in de verduurzaming van productie en consumptie in ontwikkelingslanden.

Daarnaast zijn investeringen van belang voor:
het opvangen van de gevolgen van klimaatverandering, met name in landen en gebieden waar de zwaarste klappen vallen, dus in de ontwikkelingslanden. Het gaat daarbij om fysieke investeringen, zoals in bijvoorbeeld dijken, maar ook om sociale vangnetten voor arme en kwetsbare medeburgers.

C. Verantwoord nationaal inkomensbeleid

Bescherming van de koopkracht van de lagere inkomensgroepen in Nederland en België staat voorop. Tegelijk is het zowel met het oog op duurzaamheid als uit het oogpunt van rechtvaardigheid wenselijk naar een vlakkere inkomensverdeling te streven. Een sterk progressief belastingsysteem is daarbij een nuttig instrument.

4. Mondiale herverdeling en wereldhandel

In het voorgaande komen al maatregelen aan de orde die bijdragen aan meer mondiale rechtvaardigheid. Desondanks is daarnaast gerichte aandacht nodig voor mondiale herverdeling van welvaart. Ondersteuning daarvan met veranderingen op het gebied van de wereldhandel en internationale instituties is daarbij onontbeerlijk.

Dus:

A. Financier het recht op menswaardig bestaan in ontwikkelingslanden

Het recht op bestaanszekerheid is verankerd in de sociaaleconomische mensenrechten en vastgelegd in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens. Voor ruim twee miljard mensen in ontwikkelingslanden is die bestaanszekerheid echter niet gegarandeerd. Zij verdienen daarvoor financie ondersteuning, door rijken in eigen land, maar zeker ook door rijke landen. Het gaat hier in feite om een jarenlang opgebouwde sociale en ecologische schuld, die ontstaan is door de 'omgekeerde ontwikkelingshulp'. Hierdoor verdienen rijke landen veel meer aan de arme landen, veelal via niet-duurzame handel, dan er aan hulp werd en wordt gegeven.

Het gaat dan onder meer om de volgende punten:
- garantie van minimum voorwaarden voor een menswaardig bestaan: minimum inkomen, schoon drinkwater, basisgezondheidszorg, een voldoende voedselpakket, onderwijs en veiligheid en dergelijke;
- versterking van de civiele maatschappij (maatschappelijke organisaties);
- realisatie van de internationaal aanvaarde norm van 0,7 % van het inkomen van de hoge-inkomenslanden als noodzakelijke eerste stap;
- aanvullende financiering ter overbrugging van de grote achterstand in de bestaanszekerheid en opvang van de extra risicos door de klimaatverandering;
- toegang tot krediet

B. Beleid rond schulden van ontwikkelingslanden

In veel gevallen zal ontwikkeling in het Zuiden alleen van de grond komen als schulden van ontwikkelingslanden grotendeels worden kwijtgescholden.

Daarbij zijn de volgende voorwaarden van belang:
- kwijtschelding is alleen wenselijk als de bevolking van het begunstigde land ermee instemt;
- er is effectief beleid gericht op het voorkomen van nieuwe schulden en op de bestrijding van corruptie;
- er komt een gedragscode voor kredietverstrekkers en voor grote kredietnemers (bijvoorbeeld als het gaat om de omgang met notoir corrupte regimes).

C. Faire en groene wereldhandel

Bij faire en groene wereldhandel en het uitfaseren van oneerlijke en schadelijke handel kan men denken aan:
- handel in fair en duurzaam geproduceerde goederen;
- versterken van ketenverantwoordelijkheid en transparantie van bedrijven op het niveau van productieketens; hierbij past aandacht voor gedragscodes en uitbreiding van het informatierecht;
- daar waar mogelijk bij voorkeur handel binnen regios;
- niet langer via handelsverdragen en andere middelen afdwingen van vrijhandel;
- tegenhouden en waar mogelijk terugdraaien van privatiseringen waar het gaat om publieke voorzieningen en common goods.

D. Internationale regelgeving en rechtsbescherming

Op het terrein van internationaal recht kunnen we denken aan:
- de ILO-normen voor arbeid en basismilieueisen als voorwaarden voor toelating van importen;
- extraterritoriale juridische afspraken met betrekking tot ketenverantwoordelijkheid;
- een Internationaal Gerechtshof voor vervolging van multinationals en andere bedrijven die het milieu vervuilen, een onevenredig gebruik maken van de natuurlijke hulpbronnen, en/of gebruik maken van kinderarbeid en andere vormen van uitbuiting;
- inzet van andere mechanismes voor klachten bij overtredingen van internationale regels en afspraken, waaronder regelingen van ketenaansprakelijkheid.

5. Bevolkingsbeleid

Elk beleid gericht op duurzaamheid staat voortdurend onder druk van de nog steeds toenemende wereldbevolking. Daarbij moeten we wel erkennen dat de bevolking van de ontwikkelde landen door hun grote ecologische voetafdruk per hoofd van de bevolking verreweg de grootste bijdrage levert en heeft geleverd aan klimaatverandering en uitputting van grondstoffen. Daarom dient bevolkingsdruk onderwerp van beleid te zijn, maar met de volgende kanttekeningen:
- het besef dat toenemende bestaanszekerheid de belangrijkste factor is voor verlaging van de bevolkingsgroei;
- erkenning van de noodzaak van betrokkenheid en inspraak van de lokale bevolking, met name vrouwen;
- vermijden dat de armen verantwoordelijk gemaakt worden voor de oplossing van wereldwijde problemen veroorzaakt door de rijken;
- uiterste terughoudendheid in de rijke, geïndustrialiseerde landen ten aanzien van incentives voor het krijgen van kinderen.

Een evenwichtige leeftijdsopbouw in deze landen is van belang, maar kan deels bereikt worden door een verstandig en humaan immigratiebeleid.

6. Vredesbeleid en conflictbeheersing

Situaties van onduurzaamheid en onrechtvaardigheid leiden voortdurend tot gewapende conflicten. Omgekeerd frustreren deze conflicten vaak beleid gericht op ontwikkeling, duurzaamheid en rechtvaardigheid. Door de hier naar voren gebrachte voorstellen worden oorzaken van veel gewapende conflicten weggenomen. Daarnaast is ook een actieve en creatieve inzet vereist op de terreinen van ontwapening, geweldloze conflictoplossing en regulering van de wapenhandel.

7. Welvaart en welzijn eerlijk meten

De huidige set van indicatoren voor het economisch beleid, waarin het Bruto Binnenlands Product (BBP) een belangrijke plaats inneemt, geeft geen goed beeld van de situatie waarin wij leven. Zo telt het BBP bijvoorbeeld de kosten van ongelukken, rampen, andere schades en ziektes als positieve bijdrage aan de economie. Daarom is die alleen voor bepaalde economische toepassingen geschikt. Voor het goed kunnen volgen van de richting van duurzame ontwikkeling zijn ook andere vormen van meten nodig die mens- en natuurwaarden voorop stellen, zoals het Duurzaam Nationaal Inkomen (DNI), de Index of Sustainable Economic Welfare (ISEW) en de mondiale Ecologische Voetafdruk. Zowel op nationaal als lokaal niveau kunnen de nieuwe indicatoren dienen als instrument voor duurzaam beleid waarin welvaart in de brede zin wordt bekeken en meegewogen.


Duurzaam kapitalisme zoekt naar maximalisering van economische waarde op lange termijn en beloning voor meewegen van duurzame factoren.

De bankierscrisis is ontstaan door niet-duurzaam handelen. Op dit moment is er seieus marktfalen gaande hetgeen ook risico's voor investeerders inhoudt.Vervolgens kunnen de regeringen de wrakstukken opruimen.

Wat te doen

1. de standaard assets afwaarderen (als CO2 compensatie een echte goede prijs gaat geven, als gebruik van water (duurder wordt) en de arbeidsomstandigheden in opkomende landen worden verbeterd en dus duurder worden).
2. Verplichten van een duurzaamheidsverslaglegging
3. Kwartaalcijfers opdoeken maar infoormering over de gang van zake (op de langere termijn)
4. Belonen ook voor vooruitgang op duurzaamheidsgebied
5. Beleggers moeten wijzer worden en meer gaan beleggen in duurzaamheid

(meer dan 55 % van de beleggers kijkt niet verder dan drie maanden).

Belangrijkste aanbevelingen op een rij:

- Groene belastingen zijn essentieel om de milieuschade beter in de afwegingen van producenten en consumenten mee te laten nemen en moeten daarom een integraal onderdeel zijn van het belastingstelsel.
-  milieuschade die bij de grondstofwinning ontstaat, is in Nederland zeer beperkt en biedt weinig aanknopingspunten voor een effectieve belastinggrondslag. Het tegenovergestelde geldt voor de grondstoffenverwerking.
- Groene belastingen kunnen het beste gericht worden op de productiefase waar de milieuschade ontstaat. Belastingen op de consumptie zijn veel minder effectief dan belastingen op productie.
- Een brede maar goed vormgegeven afvalstoffenheffing, dus op zowel het storten als het verbranden, vormt een onmisbaar sluitstuk in de beprijzing van milieuschade.
- Beprijzing zou niet alleen gericht moeten zijn op de verbranding van (fossiele) energiedragers, maar ook op de verwerking als grondstof. Dit kan ten dele al door het afschaffen van een aantal vrijstellingen in de bestaande Energiebelasting.
- De extra kosten van deze groene belastingen voor de industrie kunnen worden gecompenseerd door verlaging van andere belastingen of het verlenen van subsidies.


Theorie 2

Werk en welvaart delen lost crisis op

| 24 augustus 2013 | werkDoor de economische crisis raken dagelijks honderden mensen hun baan kwijt. Daarnaast zitten we middenin een diepgaande ecologische crisis. Beide crises vragen dringend om een structurele oplossing. Die ligt in het verdelen van werk.

De verhouding tussen het totaal aan publieke en private schulden en het BBP is absurd hoog. Jarenlang hebben we op de pof geleefd en daar moeten ‘we’, mede door tientallen miljarden waarmee banken zijn gered, stevig voor boeten. De meeste oplossingen die worden voorgesteld om de economie weer op gang te brengen, doen niets aan de oorzaken achter de crisis. Het overgrote deel van de economen en politici denkt bijvoorbeeld dat we ons ‘uit de crisis kunnen groeien’. Dit zou de broodnodige nieuwe banen opleveren. Maar onze verslaving aan groei schept juist werkloosheid.

Hoe werkt dat?

Om aan de financiële verlangens van aandeelhouders, banken, beleggers en grootverdieners te kunnen voldoen, moeten in korte tijd hoge rendementen worden gemaakt. Dit gebeurt onder meer door productiecapaciteit te verplaatsen naar lagelonenlanden met minder regelgeving en milieueisen. Ook wordt de arbeidsproductiviteit opgedreven door mechanisatie en het vergroten van de werkdruk. Daar komt bij dat financiële markten reorganisaties belonen waarbij veel mensen op straat komen te staan. Dit leidt tot het verdwijnen van banen en tot verborgen werkloosheid en uitgeklede arbeidsvoorwaarden onder bijvoorbeeld jongeren, ZZP-ers, flexwerkers, deeltijdwerkers en payrollers. Dit verlies aan werk werd lange tijd gecompenseerd door de gestage economische groei. Maar dat lukt alleen als die groei gemiddeld meer dan 1,5% per jaar is. Zo niet, dan daalt de werkgelegenheid. Dit is sinds de intrede van de economische crisis het geval en daar zal voorlopig geen verandering in komen. Maar belangrijker, daar zouden we ook niet naar moeten streven.

Groeiverslaving

Zoals we nu produceren en leven hebben we namelijk bijna vier aardes nodig. Wanneer breekt eindelijk het inzicht door dat een redelijk stabiel klimaat samen met voldoende natuur, vruchtbare landbouwgrond, water, grondstoffen en energie de werkelijke basis van de economie is? En dat we die basis, en dus de toekomst van onze kinderen, door die groeiverslaving aan het vernietigen zijn? Permanent groeien valt simpelweg niet vol te houden. Het is mogelijk en wenselijk, bijvoorbeeld door inzet van duurzame technologie, dat een deel van de economie een stuk minder milieubelastend groeit. Maar ook die groenere productie vervuilt het milieu en vergt nog heel wat fossiele energie en schaarse grondstoffen. Om ervoor te zorgen dat productieprocessen binnen de milieugrenzen blijven, zal de economie in zijn totaliteit moeten vergroenen.

Dat doorgaan op de huidige weg onhoudbaar is, wordt steeds meer erkend. Groene groei en inzetten op een groene economie is daarom zelfs de mantra van de politiek geworden. In de alledaagse praktijk valt daar echter weinig van te merken. De wortels van het systeem blijven namelijk onaangetast. Wie met fundamentelere oplossingen komt, wordt al snel weggezet als utopist. Bij te veel politici ontbreekt het aan een visie die ons uit de gestapelde economische, bestuurlijke en milieucrisis kan bevrijden.

Werk en welvaart delen

Maar welke visie kan dat dan wel; welk beleid biedt mensen perspectief op houdbare welvaart? Misschien wel de diepste menselijke behoefte is die aan bestaanszekerheid. Als iets in onze samenleving bestaanszekerheid ondermijnt, dan is dat het verlies van werk. Zeker wanneer het perspectief om weer snel aan de slag te gaan ontbreekt. Een grote mate van baanzekerheid is dan ook de beste garantie voor bestaanszekerheid. Dat kan door werk eerlijker te delen. De voordelen daarvan zijn ongekend groot. Mensen zijn niet langer van een uitkering afhankelijk. Zij worden ingesloten in plaats van uitgesloten. Uitgaven aan sociale zekerheid dalen sterk en criminaliteit neemt af. Er ontstaat ruimte voor een leven lang leren. Het haalt de druk van de ketel bij al die gezinnen die te weinig tijd overhouden om wat meer ontspannen te leven en wat voor hun omgeving te betekenen. Dit zal het welbevinden van mensen én de staatskas bijzonder goed doen.

Als we het bestaande werk zouden verdelen, moet iedereen 21 uur werken. In het verleden zijn we van een 48-urige naar een 38-urige werkweek gegaan. Waar wachten we dan nog op om bijvoorbeeld een 28-urige werkweek in te voeren? De belangrijkste reden daarvoor is natuurlijk dat door het huidige belastingstelsel en de oneerlijke verdeling van welvaart minder werken minder loon betekent. En mensen zitten niet zelden vast aan hoge uitgaven of aan schulden of zij verdienen simpelweg te weinig als ze beiden 28 uur zouden werken. Ook sluiten onderwijs en de kwalificaties van mensen te weinig aan op de vraag vanuit de arbeidsmarkt.

Kiezen voor het goede leven

Laten we om het verlies aan koopkracht voor een deel te compenseren, beginnen met de welvaart eerlijker te verdelen. De verschillen in inkomen en zeker de verschillen in vermogen zijn de afgelopen dertig jaar veel te groot geworden. Maak van hebzucht dus weer de ondeugd die het altijd was. Beteugel die bijvoorbeeld door toegenomen arbeidsproductiviteit om te zetten in meer koopkracht voor de minstvermogende 90% van de bevolking in plaats van de rijken nog rijker te maken. Vervang daarnaast belasting op arbeid door het belasten van vervuilende emissies en het gebruik van schaarse grond- stoffen: een Belasting op Verspilling en Milieuvervuiling (BVM) in plaats van een BTW. Met 0% belasting op lokaal of regionaal duurzaam geproduceerde of hergebruikte energie en grondstoffen of biologisch gekweekte groenten en 100% op vliegen, SUV’s of geïmporteerd fout vlees. Door de BVM zal het aanbod aan (relatief) goedkopere duurzamere producten stijgen. En door binnen de ruimere vrij te besteden tijd, zorg- en andere taken op ons te nemen, kunnen belastingen verder omlaag en het besteedbare inkomen verder omhoog.

Onderwijs dat werkt

Het afschaffen van de loonbelasting en het beter verdelen van de welvaart brengt per gewerkt uur beduidend meer geld in het loonzakje. Dat geeft meer keuzevrijheid. Investeer in onderwijs dat beter aansluit op de arbeidsmarkt. Introduceer hiertoe bijvoorbeeld praktische leerwerktrajecten. Zorg in overleg met vakbonden en werkgevers voor permanente scholing op het werk en voor omscholing.

Geef het onderwijs tijd om zich aan de nieuwe eisen aan te passen. Neem dus de tijd om van 38 naar 28 uur te gaan. Dit kan in zestien jaar door elke vier jaar de arbeidstijd met twee uur te bekorten. Eerlijker delen van welvaart en werk leidt tot een veel meer ontspannen samenleving. Het geeft mensen de ruimte om samen met anderen de kwaliteit van hun leven te verbeteren. Geen betere ondersteuning van de opkomende ‘eigen-kracht-beweging’ dan het bieden van meer vrij te besteden tijd. Een meer kleinschalige economie bespaart kosten, schept lokale banen en betrekt burgers bij hun directe omgeving. In de samenleving die zo vorm krijgt, zijn veel meer waarden belangrijk dan materiële. We krijgen er veel voor terug zoals een stabieler klimaat, een gezonder leven, een betere leefkwaliteit en tijd om te leven. Mits goed over het voetlicht gebracht is dit een verhaal dat de harten van steeds meer burgers zal raken.

Frans van der Steen

De auteur is directeur van het Haags Milieucentrum.
Dit artikel verscheen eerder in het tijdschrift Milieu, juli 2013.

Opdracht

Maak groepjes van vier. Bediscussieer waar ben je het wel en niet mee eens bent met de tekst hier boven. Bekijk hoe politieke partijen hier mee bezig zijn. Wat zou je zelf er toe kunnen bijdragen dat het bovenstaande gerealiseerd wordt.