Lessen uit de natuur

 

Lessen uit de natuur ; bionica, biomimicri, cradle to cradle, circular economy, blue economy, biobased economy.

OrganenDiatomee
Organismen
Habitats
Ecosystemen
Successie

Macrosystemen

Licht

Magneten
Bas Haring

 

Een website met lessen over de natuur staat hier

Welke basisproncipes zijn van de natuur te leren:
1. De natuur werkt op zonne-energie
2. De natuur gebruikt alleen de energie die het nodig heeft
3. De natuur koppelt vorm aan functie
4. De natuur recyclet alles
5. De natuur waardeert samenwerking
6. De natuur draait op diversiteit
7. De natuur vraagt om locale expertise
8. De natuur beteugelt excessen van binnenuit
9. De natuur draait op de kracht van beperkingen
(Jeanine Benyus)

De natuur als leermeester en als kapitaal. Gevoed door de zon. Natuurlijke ecosystemen zijn overvloedig en zelfvoorzienend. Competitie en cooperatie gaan hand in hand. Alles hangt samen. Gesloten kringlopen. Dynamisch evenwicht. Contituiteit. De natuur kent geen afval, gebruikt de zon, is bestand tegen plotselinge veranderingen, kan zich aanpassen en reguleert zichzelf via feedback. De organismen hebben meervoudige voordelen naar elkaar toe. 

Dus de economie als levend systeem ipv een machine. De economie is een volle dochteronderneming van de natuur. De wereld van het economisch wereldbeeld moet vervangen worden door het ecologisch wereldbeeld (verbondenheid van systemen en sociaal kapitaal). We gaan naar ecofilisofie, educatie voor de nieuwe economie ofwel eco-economy..


Het industriele tijdperk is geinspireerd op de machine het post industriele tijdperk op levende systemen (de natuur). Het doel is een veilige gezonde eerlijke wereld te creeren met schone lucht, bodem en energie waarvan in stijl genoten wordt.

Als we snappen hoe de natuur werkt en we dat niet verstoren, kunnen we in het paradijs leven. Dr D.Liu. Door dorre gebieden (in Jordanie, Ethiopie etc) af te sluiten voor geiten en de boeren te compenseren, komt de natuur weer terug en herstellen ecosystemen zich weer. Door eeuwenlange landbouw zijn gronden uitgeput en spoelt het water de vruchtbare grond weg. De vlaktes worden dor en de geiten eten het laatste op. Door inheemse planten en bomen te planten komt het groen weer terug. Het groen houdt water vast en beekjes beginnen over grote perioden te vloeien. Ze zijn schoon terwijl ze vroeger veel zand meevoerden. Toen had je ook stofstormen en waren de gebieden nog veel heter. Alle regen die het systeem in gaat moet door de natuur worden vastgehouden waarna het het langzaam los laat. Naar landbouwgronden heb je dus ook ecologische bossen nodig die zorgen voor een goede waterhuishouding. Als je te veel water verliest door evaporatie of wegspoelen hou je woestijn over.
De grootste uitdaging is het herstellen van het landschap. Nu staan er weer bomen met vruchten, is er water is de poelen en beken en zelfs de wilde dieren komen weer terug. 25 % van de aarde is zo gedegradeerd en zou weer hersteld moeten worden. Een deel van de humus uit rijke bossen e.d. zou verplaatst moeten worden naar de dorre gebieden.
1995    2000
1995  Geitenboeren kregen compensatie om het land met rust te laten. Grond bewerken om water vast te houden, aanplanten van bomen.  Na vijf jaar was de natuur weer hersteld. Door permaculturen in te stellen krijg je nog veel gewassen er voor terug. Permaculturen zijn systemen om groenten en fruit te kweken waarbij je meewerkt met de natuur. Dat betekent dat je het ontwerp van de voorzieningen zo goed mogelijk laat aansluiten op de natuur en op de natuurlijke systemen om je heen. zijn Het is fantastisch als je bijvoorbeeld een voedseltuin weet te creëren die een mooie oogst van supergezonde producten oplevert. En die ook nog eens een heerlijke plek is om te vertoeven, omdat de verscheidenheid er groot is, omdat dieren zoals egels en bijen er als vanzelf op af komen en omdat het levensweb zich er lijkt te herstellen.

De Nederlander Pius Florus maakt dorre bodems in midden Spanje weer vruchtbaar door eerst diagonaal op de afstroomrichting van regenwater (vrij oppervlakkig) te ploegen (zoals de Romeinen dat deden) zodat regenwater wordt vastgehouden (door de rillen die dan ontstaan). Dan mycorrhidza (schimmels die samenwerken met wortels)  toe te voegen en die laten groeien met stikstofbemesters (wikke, lupine e.d.). Dat werkte beter dan kunstmest of beregenen. De mycorrhiza vormen een fijnmazig netwerk vormen rond de wortels. Hierdoor kunnen de planten veel meer water en voedingsstoffen opnemen. Zie Plant Health Cure

De bron van welvaart is goed functionerende ecosystemen. Producten en diensten zijn daarvan afgeleid. Nu kennen we aan het laatste waarde toe en verdienen we er geld mee terwijl bron geen waarde heeft. Dat is inherent fout. De bron is de waarde. Welvaart is gelukkig zijn, in de natuur leven, schone lucht inademen. Geen chemische vervuiling e.d. Als geld gebaseerd zou zijn op goed functionerende ecosystemen zou de toestand veel rooskleuriger zijn. Als we geld blijven baseren op producten en diensten is verwoestijning en uitputting het gevolg. Zie hier 

21 Century Enlightment: Many insights will be based on insights from living systems

We kunnen veel leren van de briljantheid van de natuur. Daar heeft immers 3,8 miljard jaar evolutie plaatsgevonden en zijn 10-30 miljoen (levens)vormen en samenwerkingsverbanden ontstaan die uitermate goed zijn aangepast aan diverse omstandigheden. Ze zijn ontstaan in de wedstrijd te overleven hier op aarde.

Hoe meer de wereld lijkt op en functioneert als de natuurlijke wereld des te waarschijnlijker is het dat we kunnen voortbestaan op onze thuisplaneet die niet alleen van ons is, (Biomimicry instituut)

Men noemt de leer van het leren van de natuur de Bionica. Een mooie ppt over dit onderwerp  van Rob de Vrind staat hier

Van een heel interessante video van Janine Benyus: 12 sustainable design ideas from nature (zie hier of hier) het volgende:

Ook computers hebben virussen en antivirusprogramma's. Maar vanuit de natuur leren we over neurale netwerken, genregulatie, biologische diversiteit, evolutionaire programmering en zelflerende systemen. Veel machines, auto's, vliegtuigen, TV's zijn gemaakt met giftige stoffen. Het leven zou dat geen succes noemen.

We zouden moeten kijken naar

1. hoe maakt het leven dingen. Wij maken dingen door heat, beat en treat. We verhitten, we buigen onder hoge druk en we behandelen met chemicalien. 96 % is afval.  De natuur maakt alles in water bij normale druk en temperaturen. Vaak strengen (polymeren) die laag voor laag (als een 3D printer) afgezet worden op mallen waarbij die manier waarop de strengen zijn afgezet bepaalt of een structuur glad of sterk is en een bepaalde kleur heeft. Waar stevigheid nodig is wordt meer materiaal afgezet terwijl waar het materiaal niet nodig is het verdwijnt (zoals bot wordt gevormd)

2. hoe laat het leven zaken weer verdwijnen. Zonder afval te produceren maar door de kringlopen te sluiten en alles weer te hergebruiken.

3. hoe wordt voorzien in de functie (b.v. van een stuifmeelkorrel om door de lucht te kunnen vliegen)


De natuur kan door simpele polymeren op de juiste manier te rangschikken er voor zorgen dat een structuur heel stevig is of juist glad of een bepaalde kleur heeft of resistent is tegen bacterien.
Een haaienhuid is dat en wat als je zo folies kan maken tegen bederf (SharkLed is daar mee bezig) 
Door lagen uit verschillende stoffen op elkaar te brengen onstaat een nog grotere diversiteit aan mogelijkheden.
De natuur werkt al eeuwen met nanostructuren. Door ze op de juiste manier te rangschikken kunnen ze veilig worden ingezet. Dat gaat vaak via ribosomen waar stucturen ontstaan uit slierten.
In Zweden kijkt men nu naar Ribosome Inspirered Surface Chemistry.Eric Drexler is bezig met Atomic precise engineering.
Door cellulosevezels (papier) te bewerken kan je ze upgraden tot een papieren zak waar je zelfs water in kan vervoeren (firma organoclick).   

Helaas praten ondernemers en biologen te weinig met elkaar.

In de natuur werken 12 principes

1. Zelf opbouw. (Self assembly) B.v. een parel die zich vormt uit zeewater. Een gelaagde structuur, Twee keer zo sterk als porcelein. Het gebeurt in zeewater.  Wat als we gaan naar systemen waar laagje voor laagje dingen ontstaan. Wat als we alle harde materialen op die manier maken.

Wat als je een spray hebt die op een dak zonnecellen doet ontstaan, laagje voor laagje. Diatomeen halen zuiver silicium uit het water. Iets voor de chipindustrie. Je zou dit biopolymerisatieproces kunnen nabootsen. Je zou zo ook perfecte lenzen kunnen maken. Ook optische vezels kunnen worden gemaakt door naar zeesponzen te kijken.

3D printers bouwen zaken laagje voor laagje op. FDM = fused deposition modelling met gesmolten plastic. Je kan ook druppeltjes opbrengen en die met UV-licht uitharden. 3D hubs zijn plekken waar de website opdrachten stuurt naar de printers die de site herkennen. Er bestaan metaalprinters (met poeder) voedselprinters die verschillende samenstellingen kunnen printen etc.Het gaat naar atomic precise manufacturing 

2. CO2 als een grondstof. De natuur maakt er polymeren van (als zetmeel). Bioafbreekbaar.

3. Omzetting van zonne-enegrie. B.v. zoals purperbacterien doen. Dat wordt nagebootst. Het enzym hydrogenase maakt waterstofgas maar niet door platinum te gebruiken maar ijzer. Wie weet krijgen we dergelijke  brandstofcellen.

4. De kracht van de vorm. De vin van walvissen heeft vreemde knobbels. Ze blijken de efficiency 32 % te laten toenemen. Iets voor vliegtuigen ?

Walvis
Kleur zonder pigmenten. Deze pauw maakt kleur door duunelaag interferentie. Wat als de buitenste lagen van producten spelen met lichtkleuren.
pauw
Zelfreinigende oppervlakten zoals het blad van de lotusbloem. De firma Lotusan verkoopt het.al.
Lotus

Gaudi gebruikte de natuur als uitgangspunt voor architectuur met een heel bijzonder resultaat. Zie hier

5. Waterwinning. Sommige kevers kunnen water halen uit mist of zelfs de lucht. Wat als je dat kan doen op een zweterige dag voordat de lcuht een gebouw in gaat.


6. Scheidingstechnologie. Wat als we geen mijnen meer nodig hebben maar bacterien e.d. mineralen en metalen laten verzamelen (uit b.v. afvalwater).

7. Groene chemie: Chemie in water en niet in allerhande oplosmiddelen. Het is prachtig te zien hoe een spin draden maakt. We moeten gaan kijken naar het receptenboek in de natuur. De natuur gebruikt maar een bepaald gedeelte van de elementen. Wij gebruiken ze allemaal, giftig of niet. De groene chemie moet uit gaan zoeken hoe de wonderbaarlijke stoffen uit de natuur gemaakt kunnen worden.

spindraad


8. Afbraak op tijd. Wanneer het niet meer (goed) functioneert zou het afgebroken moeten worden zonder afvalstoffen. De draden waarmee een mossel zich hecht aan oppervlakten worden na twee jaar afgebroken.

9. Weerstand en zelf genezing. Sommige soorten kunnen perioden zonder water doorkomen. Dat is ook te gebruiken om vaccins te bewaren.

10. Waarnemen en er op reageren. Sprinkhanen vliegen in hele grote groepen zonder botsingen. Auto's kunnen daaarvan leren.

11. De groeiende vruchtbaarheid. We moeten landbouw bedrijven door de vruchtbaarheid als maar te vergroten en als bijproduct er voedsel van te krijgen, We moeten de capaciteit van de wereld vergroten om steeds meer mogelijkheden voor leven te creeeren.

Onze landbouw heeft het tegenovergestelde gedaan. Landbouw, veeteelt bedrijven op een manier dat de bodems vruchtbaarder worden.
De organismen die niet in staat waren hun omgeving te verbeteren of prettiger te maken hebben niet overleefd.

pinguins

12. Het leven creeert de omstandigheden voor leven. Het bouwt bodems op, maakt de lucht schoon en zuivert het water.
Lesmateriaal op dit gebied staat op http://biomimicryinstitute.org/education/k-12/curricula.html

Het mengt de coctail van gassen die wij nodig hebben om te leven.

De organismen zijn in staat geweest te doen wat ze doen maar zonder de omgeving waarin ze leven schade te berokkenen. Ze hebben zorg voor hun nakomelingen. Ze doen wat ze doen zonder hun omgeving te vernietigen. Anders zouden ze het niet meer na kunnen vertellen. Miljoenen organismen is het gelukt.

Een aantal uitgangspunten
- ecosystemen kennen geen afval
- materialen circuleren door een web van leven
- de energie die de cycli aandrijven komt van de zon
- diversiteit verzekert veerkracht
- het leven heeft de planeet niet veroverd dmv strijd maar dmv samenwerking, partnerschap en netwerking. Toch komt zowel competitie als cooperatie voor.

Cradle to cradle, biominicry, circular economy zijn hiervan afgeleid. Evenals de natural step (die de themodynamica meer toepast in haar denken).

Te onderscheiden zijn lessen op het niveau van organen, organismen, habitats, ecosystemen en macrosystemen. Dit is een eerste aanzet maar interessant genoeg. Alle aanvullingen zijn welkom.

Uiteindelijk zouden we levend materiaal moeten gaan nabootsen. Dan ontstaan werkelijk zelfvoorziendende gebouwen. Ultime biometrische architectuur. Gebouwen van kunstmatige levende cellen die zichzelf in stand houden, zichzelf herstellen en zich zelfs vermenigvuldigen. Bij beschadiging door wind, regen, overstroming ziczlef reparerend.
Levend materiaal voor protheses, kunstarmen- benen, gewrichten, zichzelf herstellend en beschermend tegen microbem.
Kunstmatig leven dat medicijnen, brandstoffen, voedsel maakt. Levende robots die saai werk overnemen en die mars bewoonbaar maken en zich kunnen vermenigvuldigen.


Organen
biomimicryDe vorm van een vleugel van een vogel kan inspiratie opleveren over een vliegtuigvleugel. Haakjes van de klit (een plant) en klitteband, de zuignappen in de pootjes van een Gekko en Gekkotape,
De gekartelde vin van een walvis zorgt voor minimale waterweerstand en wordt toegepast in windmolen wieken voor veel minder weerstand


De nieuwe vorm van mercedessen komt van de koffervis.
Ondanks dat de vis er uit ziet als een soort kubus is deze tropische vis zeer aerodynamisch. Mercedes ging met het kofferdesign aan de slag en kwam tot de ontdekking dat deze vorm zorgt voor de laagste luchtweerstand ooit behaald met een auto. Daarnaast blijkt de constructie zo sterk te zijn dat minder materiaal nodig is en dus een gewichtsbesparing. Het resultaat is een ‘bionic car’ die 20% minder brandstof nodig heeft. Nadeel: de auto is niet moeders mooiste (zie onder).

Zelfreinigende verf van het blad van de lotus (dat microscopisch kliene wasnopjes heeft die water afstoten).
FracTherm® modeleert warmtewisselaars op basis van de doorstroming in bladnerven, bloedvaten en longen en dat resulteert in een efficiencywinst van wel 17%

Gaudi heeft veel bouwprincipes uit de natuur toegepast in zijn architectuur of hier

Gaudi2


Gaudi

Uit de natuur kunnen we lessen halen over
lichtgewicht construeren en materiaalbesparing of aerodynamica en hydrodynamica, coatings, anti-fauling en lijmen, weerstandsreductie (en dat alles op zonne-energie)

Uit de natuur kan je leren wat veert, wat isoleert en wat plakt. Zie www.biomimicrynl.org Daar staat een databank genaamd Ask Nature met 1600 items -> www.asknature.org

Natuurlijke harsen, lijmen, schuimmiddelen.

shinkansen JR500

De bovenstaande Japanse trein heeft de snavel van een ijsvogel en die helpt hem te voorkomen dat er een knal ontstaat als de trein b.v. een tunnel in rijdt. Tevens geeft de neus minder geluidsoverlast. Ook worden er kleine kartels gebruikt tegen geluidsoverlast zoals uilen die hebben om geluidsloos te kunnen vliegen.


Termieten slagen er in de binnentemperatuur nagenoeg constant te houden door middel van ingenieuze ventilatie en andere klimaatbeheersing. Door de architectuur van het Eastgate Centre gebouw in Harare (Zimbabwe) op dezelfde manier te ontwerpen verbruikt het slechts 10% energie ten opzichte conventionele gebouwen en werd bovendien 10% van de totale bouwkosten bespaard op de installatiekosten


We kunnen dus slimmigheden uit de natuur kopieren = biomimicri

mercedes

Van de mooie website  www.bionicacentrum.nl

Organismen waarin organen samenwerken

We kunnen van dierlijke organismen leren hoe de organen onderling samenwerken.  Zo zouden we onze maatschappij of bedrijventerreinen ook kunnen inrichten ( een maatschappij met organische groei en industrial ecology).
Terugkoppelingen zoals hormonen doen met positieve en negatieve feed back kunnen ons leren over
sensoren en communicatie. Maar positieve en negatieve feedback geven ons ook homeostasis ofwel een ideale toestand.

Je hebt
simplele systemen (bedrijven, pionier-vegetaties) en complexe systemen (multinationals,climax vegetaties / regenwouden)
vast  - vloeibaar
gesloten systeem - open systeem
lineaire causaliteit - ciculaire causaliteit
stabiliteit - dynamische stabiliteit
evenwicht door kracht - evenwicht door de flow
zoals een kristal - zoals een cel
het systeem is te over zien - niet te overzien.
te reproduceren - niet te reproduceren
reversibel - irreversiebel  

De meeste systemen op aarde zijn fractalen zoals longen zich steeds verder vertakken. In de longen is de bloedstroom net als geld in de maatschappij. Je moet het hele systeem van hart, bloedvaten en longen bekijken en niet de losse onderdelen.

In ons lichaam gaat de grote lichaamsslagader (de aorta) over in slagaders die weer over gaan in haartvaten.

bloedvaten 
Het gaat van veel, klein, divers en met veel weerstand naar weinig, groot en meer efficient.
Zo is dat in het bedrijfsleven ook zo. Klein, nog niet efficient, divers etc naar grote logge multinationals die veel efficienter zijn.   
 

Een boom en kennis: Een boom heeft wortels die vrijwel evenveel massa hebben als wat zich boven de grond bevindt. De wortels geven voeding aan de bladeren.  Er wordt vaak gezegd dat de kennis zo uitbreidt.  Dat is ook zo maar de basiskennis is als de stam van een boom. Die wordt maar langzaam dikker. De takken en bladeren daarentegen nemen als maar toe. Zo ook de kennis op allerhande deelgebieden. Die wordt gevoed door de wortels, de research die ook op allerhande terreinen bezig is.
In het onderwijs bestaat de term T competenties. In principe leidt je breed op maar soms ga je de diepte in (de T).

 

Habitats: Een producent in haar omgeving (habitat)

Een kersenboom maakt ieder jaar kersen en laat in de herfst de bladeren vallen. Die worden gecomposteerd en dienen in het voorjaar weer als nutrienten voor de boom die vervolgens weer kersen maakt (uiteindelijk op zonne-energie). Wij kunnen er van leren dat we onze bedrijven ook op zonne-energie moeten laten draaien en dat we wat afbreekbaar is moeten composteren en wat niet afbreekbaar is moeten hergebruiken. (Cradle to cradle)

Kersenboom

Ecosystemen

 

In ecosystemen kan je de watercycus, de CO2 cyclus, de O2 cyclus, de fosfaat en nitraat cyclus enz. omderscheiden. Wij moeten onze processen dus ook cyclisch gaan inrichten. We gaan naar een biomimetisch neobiologisch industrieel systeem.

cycli

Ook kunnen we uit de ecologie leren dat zonne-energie wordt opgevangen door producenten die vervolgens gegeten worden door consumenten van de eerste orde. Die worden weer gegeten door consumenten van de tweede orde en die weer van de derde orde (de topvleeseters) en daarnaast wordt alles gegeten door aaseters en verder afgebroken door reducenten. Met zonneenergie wordt dus heel efficient omgegaan. De hele keten achter de producten leeft er van. Als wij energie opwekken is het rendement vaak maar maximaal 45 %. Door energiecascades kan dat vele malen hoger worden en met warmtepompen kan e.e.a. zelfs een nog verdere effeciencyslag maken.

Ofwel:
Hoogwaardige warmte (van ovens) -> verhiting voor fermentatie -> warmte voor gebouwen
Energie van auto's -> wegdek en die energie nog gebruiken.
Energiecentrales -> hoogwaardige warmte voor b.v. metaalindustrie -> laagwaardige warmte voor fermentatie -> nog laagwaardige warmte voor vloer- en wandverwarming en daarna warmteterugwinning en opwaarding via warmtepompen.  

Zo moeten we in de biobased economy grondstoffen (uit primaire energiebronnen en producenten) via een zo hoog mogelijke level in de waardeketen laten degraderen naar lagere niveau's (of uiteindelijk verbranden om er de laatste hoeveelheid energie uit te krijgen.

(hoogste waarde: cosmetica, geneesmiddelen -> chemie en materialen -> voeding -> energie (via vergisting of uiteindelijk verbranding). We kunnen er ook van leren dat je kan denken in cascades van energie en warmte (van hoogwaardig naar laagwaardig).


Cascades


Voedselwebben

In ecosystemen bevinden zich voedselwebben.

voedselwebIndustrial ecology

We kunnen daaruit leren dat op dezelfde manier fabrieken en instellingen kunnen samenwerken in industrial ecology. Wat de een als afval heeft kan de ander misschien gebruiken. Wat de een als warmte over heeft kan gegeven worden aan de ander.

Gebouwen die net als bomen enegrie produceren ipv consumeren en hun eigen water zuiveren.
Fabrieken die als restproduct schoon drinkwater produceren
Producten die na gebruik geen nutteloos afval zijn maar verteren tot voedingstoffen voor planten en dieren of die weer worden opgenomen in de industriele kringlopen. Het kan miljarden euro's besparen op grondstoffen.
Een wereld van overvloed niet van beperking door vervuiling of afval

Een voedselverpakking die als onderdeel van de biologische kringloop terug gaat om de bodem te verbeteren. We noemen dit industrial ecology.

Zo bestaat ook agricultural ecology.

In de droomboerderij (van George Chan) werkt ook alles samen als in een voedselweb en zoals in het onderstaande systeem van Mae-Wan Ho.

Droomboerderij2Droomboederij4
Het grove uitgangspunt
Droomboerderij3
Door levenscycli te intgreren in het systeem neemt de productiviteit toe (als in een voedselweb)

In de praktijk komt het neer op het onderstaande:

Droomboerderij

Uit "Leren van de natuur" Ken Webster Craig Johnson ISBN 978-90-6224-495-9

Gele stroom2

Successie

Ecosystemen gaan van pioniersystemen naar climaxsystemen. Hierin neemt de diversiteit toe en de milieudynamiek af. In het begin is de dynamiek groot en sta je (als bedrijf) in de wind. Langzaam raak je gesetteld en ben je beter bestand tegen de buitenwereld. Gaat het helemaal goed dan maakt die buitenwereld je niet meer zoveel uit. Bij successie maakt leven de omstandigheden voor leven steeds beter. Van pioniervegetaie (een enkel plantje op het stand) naar climaxvegetatie; een bos. Wij als mensheid zouden ook de omstandigheden voor leven steeds verder moeten verbeteren i.p.v. het omgekeerde. Dat is niet duurzame ontwikkeling maar ontwikkeling naar steeds betere omstandigehden. Upcycling van ons leven en het leven plus de voedselvoorziening en de ecosysteemdiensten om ons heen.

Veranderingen gaan vaak als onderstaand. Als je als early adapator succesvol bent, ben je spekkoper. Maar zoals pioniervegtaties het zwaar hebben zo lukt het niet altijd. 

veranderingen

Wees in bedrijven flexibel zodat je snel kan inspelen op veranderingen
Ga niet voor één product. Zorg voor diversiteit dan ben je minder kwetsbaar
Blijf innoveren. Doe try outs en soms zijn ze vernieuwend.
Werk op zonne-energie
Gebruik materialen en energie in cascades en zo optimaal mogelijk. Verspil niets
Produceer geen afval en zorg dat de kringlopen rond komen. (turn too www.turntoo.com)

 

 

Macro-systemen (zie hier een paper over dit onderwerp van Richanrd Kok en Jan Jonker) Zie ook het boek Weconomy van Jan Jonker 2013 pagina 70.

 

Macro gezien zijn ecosystemen onderhevig aan groei, ineenstorting en reorganisatie en herstel. De adaptieve cyclus.

Als een gebied (economie) vrij komt spelen organismen (mensen) er op in. Dit wordt de pioniervegetatie genoemd en bij mensen de pioniers. Ze hebben het moeilijk en de dynamiek is hoog. Langzaam maken ze de omstandigheden beter en dat trekt nieuwe organismen (mensen) aan. De successie begint richting een climax(vegetatie).Hierin
- neemt de biodiversiteit toe (het aantal banen en beroepen)
- meer humus en stikstofbinders (meer geld)
- meer specialisaties en het vergroten van de efficiency
De dynamiek daalt, het leven wordt makkelijker . Maar vervolgens begint het wegconcurreren (wegbezuinigen) van de overtolligheid. Dit kost banen. Hoe minder banen en hoe meer mensen betekent hoe minder arbeid waard wordt.  Er ontstaan reuzen (grote bomen) multinationals en de kleintjes verdwijnen. De hogere efficiency betekent ook dat je minder goed kan inspelen op veranderingen. Er wordt minder geinvesteerd in onderzoek en ontwikkeling. Er begint een streven te komen tegen vernieuwingen. Op een gegeven moment gaat dit fout.

Eigenlijk zouden we de maatschappij niet overdreven efficient moeten inrichten.

Dit gebeurt ook in climaxvegetaties als bossen. De veerkracht slinkt. Bosbranden in een volgroeid bos creëren open plekken waar zich nieuwe soorten kunnen vestigen en voortplanten. Ze vernietigen insectenplagen en ziektes en ze zetten vegetatie en opgehoopte resten om in voedingsstoffen die door planten en dieren gebruikt kunnen worden om zich na de brand te herstellen. De organismen die het overleven, worden veel minder afhankelijk van specifieke, diepgewortelde onderlinge relaties.

Maar het belangrijkst van al is dat een ineenstorting ook het enorme creativiteitspotentiaal van een ecosysteemde vrije loop kan laten en ruimte kan geven aan nieuwe en onverwachte herschikkingen van de genetische eigenschappen van zijn elementen. Volgens Homer-Dixon (2006) is het alsof iemand de overgebleven planten, dieren, voedingsstoffen, energiestromen en genetische informatie in een gigantische blender gooit en hem op mixen zet. En omdat het systeem veel minder onderling verbonden en rigide is, is het veel beter tegen plotselinge schokken bestand. Tastend en zoekend reorganiseert en herstelt het bosecosysteem zich in heel nieuwe vormen. Simpel gesteld biedt de ramp van een ineenstorting ruimte voor iets nieuws. En de cyclus van groei, ineenstorting, reorganisatie en herstel verschaft het bos de mogelijkheid zich over langere termijn aan een voortdurend veranderde omgeving aan te passen. De cyclus is zowel op behoud als op vernieuwing gericht. Dit is volgens Homer-Dixon (2006) een typisch kenmerk van alle hoog adaptieve systemen. De cyclus in zo’n systeem omspant twee uitersten: groei en stabiliteit aan de ene kant en verandering en diversiteit aan de andere.


De cyclus van groei, ineenstorting, reorganisatie en herstel verschaft een adaptief systeem de mogelijkheid zich over langere termijn aan een voortdurend veranderde omgeving aan te passen.

Hieruit kan je afleiden dat hoe langer mensen een sociaal of economisch systeem in zijn groeifase in stand houden, hoe harder, ernstiger en vernietigender zijn uiteindelijke ineenstorting zal zijn. Simpel gesteld zijn het juist de huidige pogingen om het economische systeem te reguleren, maar wel zo dat het groeigebod in stand blijft, de scheppende voorwaarden voor een volgende ramp of crisis. Deze pogingen worden klaarblijkelijk ondernomen zonder veel besef van hun invloed op de veerkracht van dit systeem. Interveniëren om de crises te versterken; daar komt het dan op neer. Een zorgelijke observatie. Kunnen en willen mensen inzien dat hoe langer er wordt geworsteld met het systeem hoe kleiner de kans op herstel is? Een herstel dat de basis kan vormen van een duurzame samenleving. (Jonker en Kok)


De natuur is niet medogenloos maar onverschillig
 

Bekijk waar in de natuur dezelfde vraagstukken plaatsvinden
Bepaal hoe de biologische oplossing werkt
Bekijk of het vertaald kan worden naar de menselijke techniek, de menselijke samenleving of de bedrijfsvoering.
Werk samen. De best aangepasten overleven en dat zijn vaak ook de organismen die het best samenwerken.


Ontkieming

Wat te denken van kiemkracht ! en alle analogien daaromtrent.


Seizoenen

Wat te denken van de seizoenen en daarop inspelen omtrent ecofilosofie en management. Lente als nieuwe zaken moeten worden ontwikkeld. Zomer als de business verbeterd moet worden. Herfst als het tijd wordt na te gaan denken over iets  nieuws. Winter als reflectie en overwegingstijd. Sarah Denie www.springcollege,org en www.beautifuleconomy,com Schumacher college. 

Meer ideeen over analogien m.b.t. de natuur staan hier

 

Licht


Licht bestaat uit deeltjes (fotonen) of golven. Je kan bewijzen dat licht deltjes moeten zijn maar ook dat het golven moeten zijn. Het experiment (ofwel) hoe je tegen de wereld aan kijkt bepaaltde uitkomst. Er bestaat een fysieke wereld met statistiek, deeltjes, atomen, materie, beredenering, logisch denken etc. Daarentegen bestaat er ook een wereld van gevoel, aanvoelen, liefde, spiritualiteit, verbondenheid, medelijden, de cosmos, godsbesef, meditatie etc. Je kan niet tegelijkertijd in beide werelden zitten. Maar hoe je tegen de wereld aan kijkt bepaalt in welke wereld je zit. (idee van Rob de Vrind)

 

Magneten

Alles in het leven heeft een keerzijde. Alles heeft tegenpolen. Liefde-haat; materie - antimaterie; hulp - zelfredzaamheid; rationeel - spiritueel; goed- kwaad, maar ook beest en superman (Ubermensch, Nietsche) etc. ect.
Alles wat we doen heeft positieve en negatieve kanten. Dat is het leven. Anders is er zelfs geen leven. Dan zou het saai zijn. Maar het vormt ons ook . Het is de reis om te worden wie we echt zijn. Een reis met verwarring, doorbraken, tegenslagen, onderbrekingen ect.
We zittten altijd tussen twee polen. Het houdt ons continu bezig. Hetzelfde als dat in een magneet de krachten gaan van de ene naar de andere kant en buitenom (via de buitenwereld weer) de andere kant op.
In ons zelf hebben we de voordurende strijd tussen de tegenpolen. Het zorgt voor onze emoties, gevoelens, behoeften, overtuiging en in de zoektocht krijgen we zelfkennis en vertrouwen. Dat betekent wel dat we niet overal langs moeten leven maar dat je vaker moet doen aan zelfreflectie (om bewust te worden). Buitenom manifesteert zich het in ons gedrag. Zo binnen zo buiten. Dus ook duurzaam binnen, ook duurzaam buiten. Een buitenwereld die van klein naar groot te maken heeft met je familie, de natie, de wereld. Dan komt practice, don't preach, luister naar anderen, jezelf en het geheel, luister naar wat leven wil dat je doet. Ga dan op zoek naar mensen om het samen mee te doen. Zoek naar barsten of openingen om een betere wereld te kunnen creeren en wees behulpzaam. Laat feiten (fysieke en emotionele) tot je spreken. Trek conclusies, volg je hart en doe waar je van houdt en hou van wat je doet en wees altijd in contact met the universe, de grotere conext om ons heen.

   Veel in het leven is in opwaardse of neergaande spiralen. Als er stroom door loopt door spiralen(windingen) krijg je magnetische krachten. Opwaards- neergaands.  
(idee van Roel Stemmer)

http://www.eosta.com/ is een distributeur van biologische producten die zeggen: where ecology meets economy..

Columns van De Bionische Vrouw (Ylva Poelman lector Biomimicry HAS Den Bossch in dagblad Trouw

Column 27: Zonnespiegels schikken volgens de gulden snede van de zonnebloem

Column 26: Een lichtere autovelg, dankzij het glazen harnas van kiezelwier

Column 25: Bomen maken van de nood een deugd

Column 24: Cheeta-poten onder uw auto

Column 23: Vinnige grijpers

Column 22: Van de servers en de bijtjes

Column 21: Aan de ‘tekenplug’ blijft het zwaarste schilderij hangen

Column 20: Kunstmatig parelmoer sterker dan dat uit natuur

Column 19: Met monddouche van vinvis verstopt filter niet

Column 18: Vocht meten naar het voorbeeld van een kever

Column 17: Oogbol van de mot is een minder lichtend voorbeeld

Column 16: Woestijnmieren en hun chaotische draagkracht

Column 15: Stille veren maken de jacht van de nachtuil

Column 14: Slijmzwam maakt wegennet slimmer

Column 13: Kreeftenpoot met ingebouwde schokbreker

Column 12: De bultrug gaat kort door de bocht

Column 11: Spelen met licht

Column 10: Een lange neus naar de tunnelknal

Column 9: Haaienpak geen doping maar technisch placebo

Column 8: Woestijnkever doet een handstand

Column 7: Warm wonen in een ijsbeerhuis

Column 6: Voorbeeldige koffervis

Column 5: Minimalistische bouwmeesters

Column 4: Lekker plakken

Column 3: Gekoelde winkels in termietenstijl

Column 2: Spic en span zonder poetsen

Column 1: Nooit meer bang voor de injectienaald

Interview bij de start van de columnreeks: Interview

Ga voor meer informatie of om het boek "de natuur als uitvinder" te bestellen naar:
www.denatuuralsuitvinder.nl.



Blue economy zegt:

Principes

  1. • Oplossingen moeten voornamelijk zijn gebaseerd op de natuurkunde. Bepalende factoren daarbij zijn temperatuur en druk zoals die ter plekke gevonden wordt.
    2.    • Vervang iets door niets. – stel bij elke bron vraagtekens of productie nodig is 
    3.    • Natuurlijke systemen cascaderen nutrienten, materie en energie  – afval bestat niet. Elk bijproduct is de bron voor een nieuw product. 
    4.    • De natuur ontwikkelde van een paar soorten naar een rijke biodiversiteit. Weelde betekent diversiteit. Industriele standarisatie is het tegenovergestelde. 
    5.    • De natuur heeft ruimte voor ondernemers die meer met minder doen. De natuur is tegen monopolies.
    6.    • De zwaartekracht is de belangrijkste bron van energie en zonne-energie is de tweede hernieuwbare brandstof. 
    7.    • Water is het primaire oplosmiddel (niet complexe, chemische of giftige katalysatoren).
    8.    • De constante in de natuur is verandering. Elk moment vinden er innovaties plaats.
    9.    • De natuur werkt alleeen met wat lokaal beschikbaar is. Duurzame business ontwikkelt zich niet alleen met respect voor de lokale bronnen maar ook voor cultuur en traditie. 
    10.   • De natuur reageert op wat basaal nodig is en ontwikkelt zich dan van genoeg naar overdadig. Het huidige economisch model is gebaseerd op schaarste als basis voor productie en consumptie.   
    11.    •Natuurlijke systemen zijn niet lineair. 
    12.    •In de natuur is alles afbreekbaar – het is alleen maar een kwestie van tijd. 
    13.    •In natuurlijke systemen is alles verbonden en ontwikkelt zich tot symbioses.
    14.    •In de natuur gaat het om water, lucht en bodem en die zijn gratis en overdadig aanwezig
    15.    •In de natuur levert een proces voordeel op meerdere gebieden.
    16.    •Natuurlijke systemen delen risico's. Elk risico is een aanzet tot innovaties.
    17.    • De natuur is efficient. Dus duurzame business gaat zo efficient mogelijk om met materialen en energie. Dat reduceert de prijs per unit voor de klant.
    18.    • De natuur streeft naar het optimale voor alle betrokken elementen.
    19.    • In de natuur worden negatieve zaken omgezet in positieve. Problemen zijn uitdagingen. 
    20.    • De natuur zoekt naar economieen met een visie. Een natuurlijke innovatie levert meervoudig voordeel voor iedereen. 
    21.    • Reageer op de basale behoeften met wat je hebt, innovaties op basis van de natuur introducerend, meervoudige voordelen opwekkend, inclusief werk en sociaal kapitaal.
    Dat is de Blue Economy 

 

Bas Haring zegt in zijn boek Plastic Panda's:

Per persoon komt er 15 ton biomasssa per jaar bij. 1 ton om te eten 1 ton voor bouwmateriaal 1 ton als brandstof. 1/3e tot 1/5e er van wordt door ons gebruikt.
Op het land wordt 1/5e van het plantaardig materiaal gegeten. Er wordt materiaal rondgepompt door de zon. Door erosie verdwijnen de mineralen en is bijmesting nodig. Mest kan zich ophopen b.v. bij een vogeleiland.
Een dier eet 10 x zijn gewicht per jaar.
De biodiversiteit komt door
1. isolatie
2. wie er het eerst was
3. verscheidenheid aan omstandigheden.

Elke soort doet zijn eigen ding en heeft zijn eigen functie.
Een ecosysteem is net een aantal bedrijfjes. Ze proberen allemaal geld te verdienen en verkopen door. Ieder bedrijfje speelt een rol in de economie. Geen bedrijf is onmisbaar. Ieder bedrijf probeert winst te maken. De bedrijven zelf hebben het al moeilijk genoeg.
Vroeger had je kleine winkeltjes. Nu grote supermarkten maar de economie lijdt er niet onder. Vroeger veel biodiversiteit. Nu minder. 

Ierland was in de middeleeuwen bos met boerderijtjes. Nu is het een kaalgeschoren prachtige groene vlakte door de schapen. Menselijke soortenarme nepnatuur.
Kan iets vanuit zichzelf waardevol zijn ? Het wordt waardevol door de waarnemer (de mens) De waarde van het leven is je lekker voelen zonder pijn. Dieren moeten ook lekker in hun vel kunnen zitten. Planten hebben geen vel. Maar de natuur is één groot lijden.

Individuen zijn inwisselbaar. Soorten niet. Als je niet veel weet van een beest ken je er ook niet veel waarde aan toe.

Een oerwoud is heel divers hetgeen stabiliteit levert maar het is ook een kwetsbaar systeem.  Kleine veranderingen kunnen grote consequeties hebben. Konijnen in Australie. De Nijlbaars in het Victoriameer. Een jaguar houdt alle soorten in bedrang. In het tropisch regenwud komen 90 % van alle diersoorten voor en 50 % van de vogels = duizend keer meer dan in Nederland.


Tropisch regenwoud weegt 40 kg/ m2 incl wortels. = twee maal zoveel als in Nederland. In de V.S. bestan bossen van 80 kg / m2.
De oerwouden herbergen geneesmiddelen, zijn mooi en complex, houdt water vast, voorkomt erosie en neemt veel CO2 op.

In Nederland is
2/3e landbouwgrond
1/7 bebouwing = 1/4 wegen en infra; 1/4 kantoren fabrieken 1/2 wonen
1/7 natuur
1/20 binnen wateren


Een Nederlander heeft ongeveer 500 m2 nodig. 
Een goed bos groeit per hectare 500 kg aan per jaar. We hebben 700 m2 nodig voor onze houtbehoeft. Een aardappelveld kan maar liefst 40.000 kg opleveren per ha. Een graanakker 750 kg.
Zonnecellen leveren veel meer energie dan biomassa. De fotosynthese is maar 1 % effectief.
Planten voor energie is niet slim. Wel voor voedsel.

Van de twee miljoen soorten zijn 5000 zoogdieren 10.000 vogels en het meeste zijn insecten.

Je hebt natuurbeschermers, dierenvrienden en milieumakers.

We moeten niet rucksichtloos alles omhakken en korte termijndoelen nastreven maar rationeel en met kennis van zake de wereld beetpakken en vormgeven. Bas maakt zich zorgen om klimaatverandering, mondiale voedselvoorziening en bioindustrie. Niet over soorten.
 
.