E-Learning

Ga aan de slag. Succes !


Les 1. Kennismaking met duurzame voeding.

1.1. Opzet

Geeft antwoord op:             
- Waarom deze lesinhoud?
- Wat is biologische (dynamische) voeding
- Waar kom je biologische voeding tegen?
- Welke organisaties houden zich bezig met biologische voeding  en waarom?
- Wat is de relatie biologische voeding en mondiale voetafdruk?

Lesinhoud:

-         inleiding 45 minuten
-         uitwerken van opdrachten 45 minuten
-         bespreken van opdrachten 30 minuten
-         opschrijven leermomenten

1.2. Inleiding

Biologische voeding: een duurzame keuze

Je kunt geen tijdschrift openslaan of je leest iets over biologische voeding .

Bekende Nederlanders, restauranthouders, boeren, overheidsinstellingen; ze laten allemaal hun voorkeur voor biologische producten blijken. Biologische voeding is hot. Maar waarom? En wat heb jij als toekomstig Horeca medewerker er mee te maken?

De lessen in deze module gaan over de kwaliteit van voeding;  voor jezelf en de klant, voor de omgeving en de dieren, zowel in Nederland als in verre arme werelddelen. Jouw keuze voor duurzaam bereide producten zal niet alleen van invloed zijn op de smaak, maar ook van invloed zijn op de  samenleving waarin respect is voor mens, dier en omgeving.

Jij werkt straks dagelijks met voeding. Met jouw kennis en vaardigheden kun je een visie uitdragen die voor veel mensen meerwaarde heeft.

Als jij straks in je werk rekening houdt met de kwaliteit van de voeding, kun je er veel voordeel mee doen. Jouw voedselkeuze kan ver-reikende gevolgen hebben; je helpt de mensen in de wereld aan een respectvol bestaan.

Om te begrijpen hoe dit kan moeten we eerst beginnen met de geschiedenis van ons huidige eetpatroon.

1.3. De geschiedenis van ons huidige eetpatroon.

Tot in de 19 e eeuw werd het voedsel op een kleine schaal geproduceerd door familiebedrijfjes. De opbrengsten waren laag, doordat de oogst vaak mislukte en er was nauwelijks sprake van voedselopslag en import. Het voedingspatroon was sterk afhankelijk van de omgeving en het klimaat. Het land waarop de gewassen groeiden, werd bemest met de uitwerpselen van de dieren die de boer had. En de gewassen die het land voort bracht werden gegeten door de boerenfamilie en de dieren. Een soort kringloop op het kleine bedrijf waarbij de boer niet teveel afhankelijk was van de omgeving buiten het boerenbedrijf om. Echter ons huidige voedingspatroon is ontstaan na de industrie revolutie, na ca. 1870.

Door de opkomst van de industrie kwam er een grote trek van het platteland naar de steden. De mensen kregen daar werk en verdienden geld waarmee zij eten konden kopen.

Er kwam afstand tussen producent en consument. De winkelier verkocht de voedingsmiddelen en woog deze zelf af. De voedingsmiddelenindustrie ging producten als merkproducten massaal verpakken en doorverkopen aan de winkeliers.

Door toenemende transportmogelijkheden kwam het voedsel van steeds verdere oorden. Zo ontstond de wereldmarkt.

Ook de wijze van produceren veranderde. Machines maakten het mogelijk om het land intensiever en grootschaliger te bewerken.. De kringloop werd doorbroken en er ontstonden kunstmest en bestrijdingsmiddelen. Om het land met grotere machines te bewerken werden de kleine weilandjes in Nederland verkaveld. Om het nog intensiever te benutten verdwenen  de stroken aan de randen van de akkers. Voor bloemen en dieren in het wild was geen ruimte meer. Er ontstond een verarming van de natuur.

Het evenwicht tussen beschikbare landoppervlakte en de hoeveelheid varkens, kippen en koeien raakte uit balans. Er ontstond de bio- industrie, waarin productie belangrijker was dan het welzijn van de dieren. De productie-dieren zijn tegenwoordig  met zo velen dat er voer uit verre landen van monoculturen moet komen.  Het mestoverschot in Nederland is een groot probleem. Ons oppervlakte water is verontreinigd van de medicijnen, metalen en *ammoniak uit de mest. Deze vervuiling wordt afgewenteld op het milieu en de belastingbetaler. Terwijl de bulkproductie door subsidies, kunstmatig goedkoop wordt gehouden.

1.4. Veranderingen in aanbod

Al deze veranderingen hebben geleid tot een zeer ruim voedselaanbod voor de consument in de rijkere landen. Er ligt al het mogelijke voedsel wat op de wereld geproduceerd wordt.

Toch komen er nog steeds nieuwe producten op de markt waarbij wordt ingespeeld op de vraag naar gemakkelijk te bereiden maaltijden in deze haastige maatschappij met kleine huishoudens. Denk hierbij aan het uitgebreide assortiment diepvriesmaaltijden en gekoelde maaltijden voor in de magnetron of oven. Het aanbod van onderdelen van een maaltijd die voorbewerkt zijn neemt ook toe. Er zijn  steeds meer snacks te krijgen in winkels en supermarkten, bijvoorbeeld de per stuk ingepakte tussen-door-koeken (vol vezels en fruit).

Een andere uitbreiding voor de handel zien we bij de zogenaamde gezondheidsproducten. Dit zijn voedingsmiddelen die claimen gezonder te zijn voor de mens. Enkele voorbeelden hiervan zijn; yoghurt met prebiotica, calciumverrijkte melk en -sojaproducten, vezelverrijkte ontbijtgranen, kaas met minder vet en toegevoegde zonnebloem- of tarweolie.

Zelfs de industrie met ongezonde producten zet nu in op de gezondheidshype van de mensen. Een producent die een suiker- en vetrijk tussendoortje maakt , probeert nu door een ander productieproces gezonde stoffen in de cacao te behouden (flavonolen).

Kortom er is een overdaad aan beschikbare voedingsmiddelen. Toch besteden we relatief steeds minder van ons salaris aan voeding. Omstreeks 1850 gaven we 70% van ons inkomen uit aan voedsel. In 1950 was dat nog maar 40% van het inkomen van een arbeiders gezin. Dat is nu  gedaald naar ca. 25 % van een gemiddeld inkomen (Nibud :7,50 euro per dag).

1.5. Na overdaad volgt keuze

In de groei van de overdaad , is er ook ruimte gekomen om als consument te kiezen voor een eigen leefwijze. Hierbij hoort het voedingspatroon waarbij je je lekker voelt, waar je jezelf het beste in herkent.

Er zijn steeds meer mensen die kiezen voor een alternatief voedingspatroon. Eigenlijk betekent alternatief  niet- gangbaar. Maar de term is ontstaan in een tijd dat het gangbare voedsel op bulkwijze geproduceerd werd, in de jaren 70 van de vorige eeuw. Toen ontstond de ecologische beweging.  Het ecologische voedingspatroon is een onderdeel van de ecologische beweging. Het belangrijkste uitgangspunt is dat de mens en milieu van elkaar afhankelijk zijn. De Kleine Aarde in Boxtel is een bekend centrum voor een duurzame leefwijze.

Maar er zijn ook oudere alternatieve voedingspatronen zoals de antroposofie (rond 1900) en de macrobiotiek (herontdekking rond 1930). De mensen die in hun leven idee van deze levensvisie toepassen , maken in hun voedingspatroon gebruik van biologische en biologisch- dynamische producten. Hun voedingsgewoonten zijn een klein gedeelte van hun leefwijze.

In het algemeen kun je zeggen dat de voeding in een alternatief voedingspatroon  van biologische en/ of biologisch- dynamische oorsprong is.

1.6. Wat is nu biologisch?

Biologische producten zijn geteeld in harmonie met het milieu, de natuur en landschap en het welzijn van de dieren. Er wordt geteeld zonder kunstmest en chemische bestrijdingsmiddelen.

De producten bevatten geen chemische- synthetische geur-, kleur en smaakstoffen en conserveermiddelen.

1.7. Wat is biologisch- dynamisch?

Biologisch- dynamische producten komen voort uit de levensvisie van de antroposofie.

Er wordt biologisch verbouwd en er wordt gebruik gemaakt van kosmische krachten van de sterrenhemel. Bijvoorbeeld in de weken van de maand dat de maan in omvang toeneemt (wassende maan)bevordert het kiemen van de planten. Net zoals er veel mensen hun horoscoop lezen, werkt de biologisch- dynamische boer volgens de stand van de maan ten opzichte van de dierenriemtekens.

1.8. Opdrachten

De leerlingen werken alleen de onderstaande opdrachten uit.

Het product is een half A- viertje waarop uitgewerkt  staat hoe de student zijn voedselafdruk kan verkleinen.  Het biologische product (van vraag 1 tot en met 5) wordt in de motivatie voor de kleinere voedselafdruk meegenomen.

1. Zoek op internet een biologisch product op.

2. Teken het Keurmerk na.

3. Waar staat dit keurmerk voor?

4. Geef 4 kenmerken van de biologische teelt en bereiding van dit product.

5. Geef  2 argumenten om dit product thuis of op je werk te gebruiken.

6. Mondiale voedselafdruk

De aarde biedt genoeg om haar bewoners voldoende eten te geven. Er zou veel minder honger zijn als we op een eerlijke wijze met voedsel zouden omgaan. Eerlijke handelsregels, met respect voor de medemens en omgeving kunnen het voedselprobleem op de wereld verminderen.

Fairfood, Centrum voor internationale samenwerking, boeren die biologisch werken,

Euro- toques koks, Slow Food, Biologica, verdeelcentrum Odin,  allemaal dragen zij vanuit verschillende motieven hun steentje bij aan een bewuster consumptiepatroon.

Als wij in de rijke landen, blijven streven naar een grotere consumptie, raakt het evenwicht steeds meer zoek. Wij hebben door onze overdaad de keuze mogelijkheid. We kunnen kiezen voor een andere voedingswijze. Dan wordt de verdeling eerlijker.

Voedingswijze en leefwijze zijn nauw met elkaar verbonden. Door te kiezen voor fruit en groente van eigen bodem, gebruik je minder energie dan te kiezen voor biologische bananen. Immers de reis om de bananen naar ons land te vervoeren kost ook energie, en dus vervuiling!

Canadese wetenschappers hebben een methode bedacht om een consumptiepatroon om te rekenen naar de hoeveelheid ruimte. Hoe? Lees dat op www.voetenbank.nl.

Vul daarna je voedselscan in (www.questio.com.nl) .

Je gaat nu uitwerken hoe je je voedselscan kunt verkleinen. Betrek daarbij ook het product wat je in vraag 1-5 gekozen hebt. Het resultaat is een half A- viertje tekst.

In de nabespreking van de les kunnen jouw oplossingen besproken worden.

Aan het eind van de les lever je je uitwerking in bij de docent. Zet er dus je naam onder! (of indien dit zonder docent gebeurt ga je het laatste half uur van je studietijd de je de uitwerking van een medestudent bestuderen. Onder de uitwerking meld je een goed punt en een zwakker punt van de uitwerking.

Deze uitwerking geef je aan je medestudent terug.

Aan het eind van de les mail je je uitwerking naar je docent. Zet er wel je naam en die van je medestudent  onder!