E-Learning

Ga aan de slag. Succes !


 

In deel 2 heb je kennis gemaakt met de onderstaande begrippen.

Duurzame energie = energie van de zon, wind,  getijde, aardwarmte. Deze energie raakt over zeer lange tijd niet op.

Duurzame energie opwekkers
= zonnepanelen, zonneboilers, windmolens, getijdecentrales, stuwmeren, golfslaginstallaties, concentrated solar power, geothermie, warmte-koude opslag in de bodem.

Energielabelatlas
= een atlas van alle huizen in Nederland met hun energielabel. A = heel energiezuinig. E = zeer energieverspillend.

Energiebesparing = allerhande maatregelen die energieverspilling tegen gaan. Dat kan op heel veel manieren. Ook als je streekproducten koopt waardoor op transport wordt bespaard en als je seizoensproducten koopt waardoor geen energieverspillende kassen nodig zijn of transport uit warme oorden.
 

Circulaire economie
= een economie waarin grondstoffen uit producten weer terug gaan naar de fabrikant.

Biologisch afbreekbaar = dat iets door de natuur, door bacteriën, schimmels,
kan worden afgebroken

Composteerbare stoffen
zijn stoffen uit de natuur of nagemaakt van de natuur die afgebroken kunnen worden tot compost.

Biocirkel  = composteerbare of biologisch afbreekbare stoffen kunnen door de mens gebruikt worden. Na gebruik kunnen de stoffen weer gecomposteerd worden of worden afgebroken in de natuur zodat de cirkel rond is.
   

Recyclebaar
  = stoffen die zo gemaakt zijn dat ze te recyclen zijn. Bijvoorbeeld zo dat ze uit elkaar te halen zijn of dat hoeveelheden zijn groot genoeg zijn dat recyclen rendabel wordt.

Biovergisting = het maken van biogas uit organisch materiaal (zoals een koe doet in haar pens).


Duurzame materialen
= materialen die niet op gaan, die altijd kunnen worden hergebruikt of die weer aangroeien.

Duurzaamste plasticverwerking
= niet verbranden of omzetten in bermpaaltjes maar omzetten in dezelfde plastic producten als waar de plastic vandaan kwam.

Trias energetica
= eerst energie besparen, wat over blijft duurzaam opwekken en als dat niet mogelijk is zo efficiënt mogelijk inzetten.

Trias materia = eerst materiaal besparen, wat over blijft maken van duurzame materialen en als dat niet kan de materialen zo efficiënt mogelijk inzetten (in de cirkels brengen).


Trias pecunia
= probeer met zo min mogelijk geld iets op te zetten, wat toch nodig is te lenen van stakeholders (belanghebbenden) of te vergaren via crowd funding en als dat echt niet kan ga je naar de bank.

Shopping for clothing forever = dat als je kleding koopt die geen gif bevat en die bestaat uit materialen die gecomposteerd kunnen worden,  kan je de kleding na gebruik op de composthoop gooien (of vergisten). Op de compost of wat over blijft uit de vergisting kan dan weer katoen groeien voor nieuwe kleding.

Sensoren en computers = wij hebben zintuigen en hersenen om goed te kunnen reageren op de buitenwereld. Nu beginnen gebouwen, huizen, producten sensoren en computersystemen te krijgen om hetzelfde te kunnen.

Een wasmachine kopen -> dat doe je in de toekomst niet meer. Je koopt wasbeurten. De wasmachine blijft van de fabrikant en die krijgt zo zijn grondstoffen weer terug.

Betaal voor gebruik en niet voor bezit -> vanwege het bovenstaande koopt je in de toekomst kijkuren en geen TV meer, warmte en geen CV ketel meer, loopuren over een vloerbedekking en geen vloerbedekking meer.

Zero impact = dat je geen invloed hebt op je omgeving = dat je geen fossiele energie verbruikt, geen materialen verbruikt, geen land inneemt, geen water, bodem, lucht vervuilt.
Dat kan als je alles met duurzame energie doet, groen over gebouwen door laat lopen, met niet giftige stoffen werkt en de materialen in de cirkels zitten.

Positive impact = b.v. een gebouw dat meer energie opwekt met zon en wind dan het verbruikt, dat water en de lucht zuivert en alles in de cirkels heeft.