|
Getijdencentrale
De grootste (en enige commercieel werkende) getijdencentrale ter wereld, staat
(sinds 1966) in
Frankrijk bij La Rance. Het verschil tussen eb en vloed is daar zeer groot,
maximaal 13 meter.
Het vermogen van de centrale is 320 megawatt. De hoeveelheid energie die
jaarlijks wordt
geproduceerd is 0,540 miljard kilowattuur. Dat is 0,45% van het
elektriciteitsverbruik in
Nederland in 2006. Dat was toen 120 miljard kilowattuur.
Getijden-energie is energie die wordt
gewonnen door gebruik te maken van het
verschil in waterhoogte tussen eb en
vloed. Op de open oceaan is dit slechts
enkele decimeters, maar door de
bijzondere vorm van sommige kusten waar
grote trechtervormige inhammen bestaan
kan het waterhoogteverschil op zulke
plaatsen tot vele meters oplopen,
voldoende om bij vloed het hoge water
achter een dam te vangen en dit bij laag
water via turbines gekoppeld aan
generators terug te laten lopen.
Nederland heeft nog geen getijdencentrale maar er wordt wel
onderzoek naar gedaan.
Over de wereld
zijn maar een paar van dergelijke
installaties in een proefopstelling
opgesteld. In Nederland zou men in de Grevelingendam 70 turbines kunnen
plaatsen goed voor 70 MW. Die leveren
dan netto 17 MW. Kosten 240 minjoen = 9
euroct / kWh.
Men doet nu onderzoek naar een soort windmolens onder water. Ze hebben een
geringere rotatiesnelheid en moeten een grotere belasting aan kunnen.
Bij < 2 meter zijn de kosten hoog. 2000 / kWh. Redement 35 % => > 10 ct /
kWH.
Het Nederlandse bedrijf
Bluewater heeft er getijde-eilanden voor ontworpen.
Eb- en vloedstromen brengen
de ‘schoepen’ of ‘wieken’ van de turbine op gang. Deze
bevinden zich onder water. De drijvende ophanging zorgt dat
deze draaiende beweging tot boven het wateroppervlakte wordt
gebracht naar generatoren die stroom opwekken. Een kabel
exporteert de stroom naar land. Van Hoeken: “Meerdere
turbines vormen samen een energie-eiland. Eén ‘farm’ bestaat
weer uit honderd energie-eilanden en levert ongeveer 100 MW
op, genoeg voor honderdduizend huishoudens. Ideaal voor
zeegebieden met voldoende stroming en nauwelijks
energie-infrastructuur als Indonesië of de Filippijnen, en
voor westerse gebieden als Schotland of Alaska.”
|