| |
Theorie
Biogas
Bacterien en biobrandstofAlgen als
oplossing voor
een deel van het energieprobleem
Afval verbranden
Bio-ethanol
Jatropa brandstof voor de
toekomst ?
Biodiesel
Powerpoint over
biomassa
Powerpoint 2 over
biomassa
Websites
Lesmodule in het Engels
over biomassa
|
Theorie
In de biobased economy worden
grondstoffen grotendeels
betrokken uit de levende natuur
(biomassa, groene grondstoffen).
Via groene chemie (fermentatie
en milde omzettingen bij lage
temperaturen in water) kunnen
dan vele materialen worden
vervaardigd als wasmiddelen,
auto-onderdelen, kabels, geur en
smaakstoffen, laminaat,
organische halfgeleiders enz.
Hierdoor kan de productie uit
aardloie vervangen worden.
Wel moet men oppassen voor
uitputting, kaalslag en
concurrentie met de
voedselproductie (hetgeen de
prijzen voor voedsel kan
opdrijven)
De overstap van groene
vervangers voor materialen (12 x
zo klein) is iets heel anders
vervangers voor benzine en
diesel. Dat zal meer moeten
komen van zon, wind,
waterkracht. Biomaterialen
produceren brengt het meeste op
als het geneesmiddelen zijn of
bijzondere chemicaliën (voor
gezondheid en lifestyle).
Vervolgens als het food en feed
wordt, dan als het geschikt is
voor de chemie en materialen en
dan pas valt te denken aan
biobrandstof. (= de
waardepiramide).

Het wordt mogelijk voor boeren
om naast de productie van
gewassen ook kleinschalig over
te gaan op bio-raffinage of
vergisting. Dan maakt de boer
voedsel, grondstoffen en energie
en wat over blijft (de
mineralen) kan weer het land op.

Biomassa ontstaat door de zon.
In de zomer straalt die 200
watt/m2. In de winter
20 Watt/m2. Gemiddeld
110 Watt/m2 ( *
3,14.107 seconden (zoveel zitten er in
een jaar) = 3,6 x 10 Joule / m2
= 90 l olie. 65 % van de tijd is
het licht diffuus (dwz is niet
te richten). In Nederland 110
watt/m2; gemiddeld op
aarde 160 W/m2 en in
de Sahara 300 W/m2.
Planten gebruiken maar 12 % (de
rest v.d. golflengten zijn
ongeschikt) en met een rendement
van 3 %. In Nederland is het
rendement van planten 0,5 - 1,0
% ofwel maximaal 1 liter olie /
m2.
Voor een auto die 1400 liter
benzine nodig heeft zou je dus
5000 m2 aan planten moeten
inzetten. Palmolie in de tropen
levert evenveel energie als
suikerbieten hier. Bij algen kan
5 % rendement gehaald worden en
de triacylglycol die ze maken
kan worden omgezet in diesel.
Algen kunnen ook waterstof
produceren en dat zelfs met een
rendement van 7 - 10 %.
Vaste stoffen zoals hout worden
meestal verbrand, maar men werkt ook aan de vergassing en omzetting naar olie.
Veel vormen van biomassa waaronder mest, slib uit rioolwaterzuiveringen, gft,
slachtafval en reststromen uit de voedingsindustrie kunnen worden vergist.
Bacteriën zorgen dan voor de omzetting naar biogas, dat uitstekend brandbaar is.
Oliehoudende zaden kunnen worden geperst voor de bereiding van biodiesel,
zetmeel en suiker kunnen worden omgezet tot bio-ethanol (alcohol).
In Nederland
wordt in 2008 3,8 % van de
energie opgewekt door biomassa
(verbranding); 3,6 % door wind, 4%
via kernenergie en
93 % door kolen gas e.d. Het is naast
waterkracht de grootste bron.
De energie die opgewekt is uit
biomassa en afval leverde in
1999 elektriciteit (1.408 GWh)
voor ruim 408.000 huishoudens,
warmte voor ca. 226.100
huishoudens (13,5 PJ) en gas
voor ca. 27.500 huishoudens
(vergelijkbaar met 55 milj. m3
aardgas).
In het jaar 2020 moet 120 PJ
worden opgewekt met duurzame
bio-energie. Dat komt overeen
met het gasverbruik van ca. 1,4
miljoen huishoudens (6x zoveel
als in 1999). Met bio-energie
moet in 2020 42% van de totale
doelstelling voor duurzame
energie worden ingevuld.
Eerst stookte men een paar
procent bij in kolencentrales,
nu is het ongeveer 30 %. De
brandstof moet zoveel mogelijk
op steenkool lijken. Daarom
wordt hout eerst verhit tot
200-300 graden zodat het water
er uit gaat. Dat geeft bio-kolen.
Ook vergast men hout bij 800
graden waarna het gas wordt
gebruikt in de centrale. .
Veelbelovend is nieuwe
technologie waarmee reststromen
uit de voedselteelt, industrie
en huishoudens kunnen worden
omgezet in energie, brandstoffen
en chemicaliën. Dit duidt men
aan met de 2e generatie
biomassaconversie. In olie zijn
de molekulen al grotendeels uit
elkaar getrokken en hebben
nauwelijks nog N2 en O2. In
plantaardige producten is dat
anders en soms zit in de weg -
lignine (houtstof) - cellulose
(celwanden). De suikers kunnen
worden omgezet in barnsteenzuur
en adipinezuur hetgeen de
bouwstenen zijn voor coatings en
harsen, koelvloeistof en
medicijnen etc. Het werkt al
maar nu moet het grootschaliger
en goedkoper worden opgezet.
In de toekomst gaat men ook
lignine (houtstof dat lijkt op
ringvormige C's) gebruiken. In
de oliewereld heeft men al 80
jaar ervaring. In biobased nog
niet.
Men tracht te komen tot energie conversie parken waar biomassastromen via
technieken worden omgezet producten en waarbij vraag en aanbod op elkaar worden
afgestemd.
|
Biomassastromen
|
Conversietechnieken
|
Producten
|
|
Berm- en waterkantmaaisel |
Aeroob / anaeroob vergisten |
Elektriciteit |
|
Maaisel uit natuurgebieden |
Verbranden |
Warmte, op lage temperatuur |
|
Afval uit gemeentelijk groen |
Pyrolyse = verhitten in O2 vrije ruimte |
Warmte, op hoge temperatuur |
|
Tuinbouw- en landbouwafval |
Torrefactie |
Biogas / methaan |
|
GFT / horeca afval |
Vergassen |
CO2
|
|
Dierlijk afval / mest |
Transesterificatie (van oliën, vetten)
|
Synthesegas / waterstof |
|
Plant- en dierlijke vetten & oliën |
(HTU) |
Vergistingsproducten / ethanol |
|
Reststromen uit de foodsector |
(FT synthese) |
Biodiesel |
|
Restproducten compostering |
(H2
afscheiding) |
Korrelmest, fosfaat, |
|
SRF/RDF (deels niet bio) |
|
Brandstofkorrels voor bijstook |
|
(snoeiafval, afvalhout) |
|
(synthetische diesel) |
|
(algenkweek) |
|
(diervoeding supplementen) |
|
|
|
(chemicaliën) |
Torrefractie = verbrossen van biomassa
bij verwarming tot 200-300 oC. Het water gaat er dan uit.
Pyrolyse = biomassa zonder zuurstof verwarmen tot 400 - 700 oC.
DSM is bezig met "all you can eat"gist dat zetmeel, siroop, cellulose en CO2
omzet in biobased building materials, biomaterials en biofuels.
Men noemt het witte biotechnologie via integrated refineries.
Bouwstenen voor de chemie (buidling blocks)
| Aantal C |
Fossiel |
Groene
gorndstof |
Op de
bagagedrager van .. |
| C1 |
Synthesegas
Methaan |
Biomethanol
uit glycerol
BioMCN
Synthesegas uit glycerol
Biogas / groen gas (methaan) |
Groene
energie
Groene energie
Groene energie |
| C2 |
Ethaan
Etheen |
Bio-etheen
uit bio-ethanol
Grootschalig in Rotterdam
Azijnzuur (fermentatie) |
Groene
energie
Voedselketen |
| C3 |
Propaan
Propeen |
Glycerol,
afval biodiesel
Melkzuur (fermentatie)
1,3 propaandiol (fermentatie)
Propeenglycol (uit glycerol) |
Groene
energie
Voedselketen
Voedselketen
Groene energie |
| C4 |
Butaan
Buteen
Butadieen |
N-butanol (fernemtatie)
Isobuteen uit isobutanol via fermentatie) |
Voedselketen
Voedselketen |
| C5 |
Pentaan
Alifaten |
Pentosesuikers
|
Nog te
ontwikkelen |
| C6 |
Benzeen
Aromaten |
Hexosesuikers (glucose)
Lignine |
Nog te
ontwikkelen |
| C7,8 |
Tolueen
Xyleen
Aromaten |
Heptosesuikers
Vetzuren
Lignine |
Nog te
ontwikkelen |
Biogas
Men kan bij verbranden maar ook vergisten ->
aardgas. In 2010 tientallen miljoenen m3 van de 45 miljard kuub die we
verbruiken.
In 2020 2 miljard kuub uit (vis)afval. = 1/7e van de 14% duurzame energie die we
in 2020 in Nederland willen opwekken.
Maar het concurreert met veevoer.
Het is Food-Feed-Fuel-Fiber (voedsel-veevoer-biobrandstof-vezels) Het
beconcurreert elkaar onderling.
Van de dieren die we slachten blijft 50 % over. Dat mag niet meer
verwerkt worden tot veevoer vanwege de gekke koeien ziekte. Nu wordt alles
gedroogd en opgestookt. Als we er de hersenen en het ruggenmerg uit zouden halen
zou het wel veevoer kunnen worden en dat scheelt 40 % van de soja import.
Biogas heeft 60 % CH4 en 40 % CO2. Dat moet er uit zodat je 95 % CH4 over houdt.
Mest vergist te weinig dus moet je vezels (maïsafval) toevoegen. Dat bijmengen
kan duur zijn. Uit de Nederlandse mestoverschotten kan men in potentie 2 miljard
kuub gas halen = 5 % v.d. vraag.
Bacteriën en biobrandstof
Het Britse Ineos
gaat biologisch afbreekbaar huishoudelijk afval omzetten in ethanol dat
bruikbaar is als alternatief voor benzine. Men heeft plannen voor fabrieken die
elk tot circa 200 miljoen liter ethanol per jaar kunnen produceren. Ineos claimt
dat zijn brandstof tot 90 procent minder CO2-uitstoot veroorzaakt dan benzine.
Het organische afval wordt eerst verhit en omgezet in gas. Dat wordt daarna
gevoerd aan bacteriën. Die produceren vervolgens ethanol. De methode is
goedkoper 'dan alle andere vormen van ethanolproductie'. Uit een ton droog afval
kan op deze wijze 400 liter ethanol worden gemaakt, waarvoor geen landbouwgrond
nodig is.
Algen als oplossing van een deel van het
energieprobleem
(zie de pagina reactoren met algen)
Grootschalige productie van algen
voor biomassa; Als we de Markerwaard (700 km2) er voor zouden
gebruiken kan er 8 miljard liter biodiesel geproduceerd worden, genoeg voor heel
Nederland
Een patent van GlobalGreen Solutions Inc. n.a.v. kostbare studies
van het Amerikaanse Department of Energy.
http://www.globalgreensolutionsinc.com/s/Home.asp.
Het concept gaat onder de vlag van Vertigro-oil. De opbrengst per hectare ligt
ca 130 maal hoger dan koolzaad. De prijs per barrel schatten ze op $ 71! Dit is
toepasbaar in mediterane streken van de EU.
De onderstaande ppt is te downloaden op
http://www.globalgreensolutionsinc.com/s/VertigroGallery.asp
Afval kan stroom en energie
leveren.
Elke Nederlander gooit jaarlijks ruim 500 kg afval weg. Als je dat verbrandt kun
je er 425 kWh stroom = 13 % jaarverbruik van maken.
Huishoudelijk afval bestaat voor 48 % uit biomassa (papier, takken, schillen).
De AEB centrale te Amsterdam verbrandt huisvuil en levert stroom en warmte. In
2020 moeten 160.000 huishoudens er mee voorzien worden rond Amsterdam.
Bio-ethanol
is
alcohol afkomstig van de vergisting van gewassen als maïs, tarwe, suikerriet,
bieten of aardappelen. In de VS produceerde men in 2008 39 miljard liter vnl uit
mais. Het wordt aan de benzine toegevoegd.
Olie uit
koolzaad wordt het niet, zoveel is wel
duidelijk. Het telen van koolzaad kost
teveel energie en oppervlakte. Alle hoop
is nu gericht op de tropische plant
Jatropha. Energiebedrijf Eneco
onderzoekt op dit moment of de olie uit
de nootjes van die plant geschikt is om
op grote schaal energie uit op te
wekken. Is Jatropha echt de biobrandstof
van de toekomst?
Jatropha curcas
is een giftige struik die behoort tot de
familie van de wolfsmelkachtigen (Euphorbiaceae).
Deze van oorsprong uit Midden-Amerika
afkomstige plant wordt vooral aangeplant
in Azië en Afrika. De struik groeit nog
op zeer droge grond en is daardoor geen
concurrent voor voedselgewassen.
De zaden
van deze plant worden gebruikt voor de
productie van plantaardige olie, die
direct in een motor gebruikt kan worden
of waar door verestering biodiesel uit
verkregen kan worden. Olie van deze
plant is niet geschikt voor consumptie.
De zaden
rijpen in de winter als de struik geen
bladeren meer heeft. Er kan meer geoogst
worden als de temperatuur hoog genoeg is
en als er voldoende water beschikbaar
is. Elke bloemtros zorgt voor tien of
meer zaden.
Suikerpalmen de brandstof voor de
toekomst (in de tropen)
In de tropen (the green belt) groeien
suikerpalmen. Ze hebben de grootste
bladdichtheid. Je kunt het sap tappen
(dus je hoeft niet te kappen). Het is
een C4 plant dus effectiever. Heeft 50 %
minder water nodig dat oliepalmen en
veelminder pesticiden. Ze kunnen 24.000
l ethanol per jaar maken = 82 barrel
olie. In Indonesië alleen al heb je 10,6
miljoen ha.Ze groeien niet in
monoculturen maar in gemend oerwoud. Dat
is alleen maar goed want zo'n woud heeft
ook bananenbomen, bomen met mango's ect.
Het oerwoud kan dus behouden blijven.
Prof. Willy Smits (WUR Wageningen) heeft
er ook een village hub

voor ontwikkeld. Vaten met het
suikerhoudend sap komen er binnen. wordt
ethanol van gemaakt of wijn of het
wordt vergist tot aardgas. De warmte
wordt weer gebruikt en er ontstaat
brandstof.
Zie het
bijzondere verhaal
hier

De beroemde Willy Smits..hij werkt aan
herbebossing op Borneo waarin mensen hun
werk terug krijgen, orang oetangs weer
een leefgebied verwerven, waar
suikerpalmen energie leveren en waar
door gemende landbouw
bestaansmogelijkheden worden opgebouwd.
Door ontbossing (voor
palmolie) stijgt de temperatuur, meer
bosbranden, geen leefgebied voor orang
oetangs mee, droogtes ect
 
Willy Smits weet via
ingenieuze routes de bomen weer terug te
krijgen en een gevarieerd oerwoud te
maken met bestaansmogelijkheden.

Suikerpalmen helpen
daarbij. Ze hebben een gigantische
opbrengst en doordat de bomen stoffen
afgeven waar regendruppels zich door
vormen neemt de regenval er ook weer
toe.
Biodiesel
Biodiesel" is Europees juridisch
vastgelegd, en alleen geld voor een
veresterde koolzaadolie die voldoet aan
de EN14214 normering. Het is 30-40 ct
duurder maar wel beter voor het milieu.
Men kan biobrandstof maken
uit
koolzaadolie,
sojaolie, palmolie, zonnebloemolie,
jatropha, bio-ethanol uit
graan, suikerbieten en suikerriet. De
landbouw wordt hiermee een voorname
energie leverancier. Al deze producten
zullen nooit opraken. Het verbouwen
ervan zorgt voor werkgelegenheid in onze
eigen omgeving en is daardoor goed voor
lokale economie.
1 hectare koolzaad komt circa 1.800
liter koolzaadolie. Daaruit wordt
ongeveer 1.600 liter Biodiesel gemaakt.
Het koolzaadschroot (datgene wat
overblijft na het uitpersen van het
koolzaad) (ca. 2500 kg) wordt gebruikt
in veevoer.
Omdat de plant snel groeit, is het
gebruik van onkruidbestrijdingsmiddelen
overbodig. Koolzaad groeit goed op
dierlijke mest. Hierdoor hoeft er geen
kunstmest gebruikt te worden. De
wortels van de koolzaadplant zorgen voor
een goede bodemstructuurverbetering, die
het bodemleven bevordert.
-
Biodiesel realiseert
minimaal 50% minder
roetuitstoot
-
Biodiesel realiseert 60%
lagere uitstoot
broeikasgassen
-
Biodiesel is voor 70%
CO2 neutraal
-
Biodiesel is zwavelvrij en
kent dus geen uitstoot van
zwaveldioxiden
-
Biodiesel is niet schadelijk
voor het bodem- en
oppervlaktewater
-
Biodiesel bevat geen
gebonden NOx
-
Biodiesel is biologisch
licht/makkelijk afbreekbaar
-
Biodiesel is een duurzame en
herwinbare brandstof
De Europese
Richtlijn 2003/30/EG roept de
lidstaten op om in 2010 ervoor
te zorgen dat 5,75 % van onze
transportbrandstoffen uit
biobrandstoffen moeten bestaan.
= 1,4 miljoen hectare
landbouwgrond !In 2020 moet het
10 % zijn.
De eerste
Nederlandse "oliemolen" voor
koudgeperste koolzaadolie in
Farmsum is inmiddels door
Landbouw Minister Veerman in
juli 2005 geopend. Intussen zijn
onderhandelingen opgestart om in
Nederland tenminste nog 8 van
deze oliemolens te realiseren,
in navolging van onze Duitse
buren waar al ca. 280 oliemolens
op dit concept en voor dit doel
werkzaam zijn. Bij het persen
van koolzaad komt PPO vrij =
Pure Plantaardige Olie.
Het gebruik van P.P.O. is
beperkt tot dieselvoertuigen en
dieselmotoren welke zijn
uitgerust met Bosch
inspuitsystemen.
Dit is een
voorwaarde zodat de motor kan
worden aangepast omdat P.P.O.
een hogere viscositeit heeft dan
dieselolie. Het is daardoor
minder vloeibaar. Vandaar dat de
olie moet worden voorverwarmd
tot 60-65 oC.
Indien je het
wilt gebruiken heb je een P.P.O.
( Pure Plantaardige Olie )
tanksysteem nodig voor 850 euro
ex btw..
In Duitsland werd in 2008 7,4 %
van het brandstofverbruik
opgewekt uit biobrandstoffen.
Nederland verbruikt 3.300 PJ vnl
uit olie en gas. 1-7 % is
biomassa.
Biomassa
|
% |
vers
resthout
schoon resthout (zaagsel
krullen)
hout van A, B of C
kwaliteit
stro van granen
bermgras
hooi van gras
miscanthus
plantaardige oliën
restvetten
diermeel
GFT
Afval
Kippenmest
Slib RWZI |
10,2
15,6
12,5
13,3
5,3
12,7
13,2
38
30
22
3,4
8,4
6,6
1,5 |
Men kan
biomassa
- opwerken tot pellets via
torrefractie of pyrolyse
- verbranden voor elektriciteit
of warmte
- vergisten voor groen gas
- fermenteren voor bioethanol +
warmtebenutting
- vergassen voor groene diesel
Uit de biomassa kan men eerst de
hoogwaardige producten halen,
vervolgens kijken wat dan
geschikt is voor veevoer en de
rest kan men verbranden voor
elektriciteit en warmte.
|
|

|
|